ECLI:NL:RBGEL:2015:3288
Rechtbank Gelderland · 26-05-2015 · zaaknummer AWB - 13 _ 6122 en 13 _ 6910
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft de vergunning voor de houtmotsilo en de schoorstenen enerzijds en de voor het ketelhuis anderzijds in redelijkheid kunnen weigeren. Verweerder heeft daarbij doorslaggevend gewicht mogen toekennen aan het ruimtelijk belang van het in samenhang regelen van de planologisch situatie ter plaatse. Daarbij is van belang dat de houtmotsilo en de twee schoorstenen niet alleen voor de ter plaatse legale timmerfabriek worden gebruikt, maar ook voor de ter plaatse, niet geheel legaal aanwezige champignonkwekerij. Voorts is de rechtbank met verweerder van oordeel dat het ketelhuis niet als ‘bijbehorend bouwwerk’ kan worden aangemerkt en dat artikel 4, onderdeel 1, van de Bijlage II, van het Bor niet van toepassing is. Er is immers geen sprake van een uitbreiding van het hoofdgebouw, het timmerbedrijf. Ook kan niet voor staande worden gehouden dat het gebruik van het ketelhuis in planologisch opzicht gerelateerd is aan het gebruik van het timmerbedrijf. Het ketelhuis is immers hoofdzakelijk bestemd voor de champignonkwekerij en aldus daaraan en niet aan de timmerfabriek gerelateerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
