ECLI:NL:RBGEL:2014:3083
Rechtbank Gelderland · 23-04-2014 · zaaknummer 238438
Inhoudsindicatie
Gebleven wordt bij hetgeen is overwogen en beslist in het laatste tussenvonnis. In dat vonnis is CWZ c.s. in de gelegenheid gesteld: 1. te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat SMW aan CWZ c.s. de rente zou vergoeden die zij aan de ABN Amro Bank verschuldigd zou zijn geweest indien deze instelling de schuldeiser gedurende de geldlening was geweest, 2. tegenbewijs te leveren tegen hetgeen voorshands door de rechtbank bewezen wordt geacht namelijk dat bij SMW het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat CWZ c.s. geen aanspraak (meer) zouden maken op betaling van rente. Er heeft vervolgens getuigenverhoor plaatsgevonden. Nadien hebben partijen conclusies genomen. In dit vonnis overweegt de rechtbank in dit kader als volgt. Dat CWZ c.s. erin is geslaagd te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat SMW aan CWZ c.s. de rente zou vergoeden die zij aan ABN Amro Bank verschuldigd zou zijn geweest indien deze instelling de schuldeiser gedurende de geldlening was geweest. En voorts dat CWZ c.s. is derhalve geslaagd in het tegenbewijs. Daarmee is het vermoeden ontzenuwd en dient opnieuw te worden bezien of SMW, bij wie de bewijslast is blijven rusten, geslaagd is in het bewijs van haar stelling dat CWZ c.s. bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat CWZ c.s. geen aanspraak (meer) zou maken op betaling van rente. De vordering tot betaling van de verschuldigde rente is derhalve toewijsbaar. Ter beoordeling ligt thans nog voor wat als ‘verschuldigde rente’ toewijsbaar is.
Rechters
Advocaten
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
