ECLI:NL:RBGEL:2014:2676
Rechtbank Gelderland · 05-02-2014 · zaaknummer 246706
Inhoudsindicatie
Opdrachtnemer vordert schadevergoeding ter hoogte van het loon en de onkostenvergoeding. Deze verplichtingen zijn door opdrachtnemer niet nagekomen en om deze reden heeft opdrachtnemer de vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Ter beantwoording van de vraag of op de opdrachtgever een verplichting tot schadevergoeding rust, beoordeelt de rechtbank of de overeenkomst van opdracht door opzegging is geëindigd. Is een overeenkomst van opdracht die voor bepaalde tijd is aangegaan, tussentijds opzegbaar is? Naar het oordeel van de rechtbank kan een overeenkomst van opdracht te allen tijde worden opgezegd (art. 7:408 lid 1 BW). Daarbij maakt het geen verschil of de overeenkomst voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd is aangegaan. In geval van een professionele opdrachtgever kunnen partijen overeenkomen dat de overeenkomst niet tussentijds opzegbaar is. Ter beantwoording van de vraag of partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten die tussentijds opzegbaar is, legt de rechtbank de tussen partijen bestaande overeenkomst uit overeenkomstig HR 13 maart 1981, LJN: AG4158, NJ 1981/653. De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst van opdracht tussentijds opzegbaar is. Is opdrachtnemer aan te merken als werknemer in de zin van art. 1 sub b, onder 2 BBA en is voor de opzegging van de overeenkomst van opdracht toestemming van UWV in de zin van art. 6 BBA nodig? Naar het oordeel van de rechtbank is een werknemer in de zin van art. 1 sub b, onder 2 BBA sprake wanneer: 1) de arbeid persoonlijk is verricht; 2) de arbeid in de regel voor niet meer dan twee opdrachtgevers wordt verricht; 3) de arbeid niet wordt verricht met behulp van twee of meer andere personen; 4) de arbeid geen bijkomstige arbeid betreft. Bij de beantwoording van de vraag of een opdrachtnemer werknemer is in de zin art. 1 sub b, onder 2 BBA is de feitelijke situatie ten tijde van het beëindigen van de overeenkomst van opdracht van belang (HR 9 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7500). De rechtbank oordeelt dat de opdrachtnemer kan worden aangemerkt als een werknemer in de zin van art. 1 sub b, onder 2 BBA. Er is toestemming van het UVW nodig om de overeenkomst van opdracht op te zeggen. Nu deze ontbreekt kan de opdrachtnemer die werknemer is in de zin van art. 1 BBA de opzegging binnen 6 maanden vernietigen (art. 9 BBA).
Rechters
Advocaten
- H.W. Prillevitz
- R.M. Kerkhof
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
