ECLI:NL:RBGEL:2014:1625
Rechtbank Gelderland · 11-03-2014 · zaaknummer ZUT 2014/9
Inhoudsindicatie
Verzoek tot wraking afgewezen. De klacht van verzoekers zich gediscrimineerd te hebben gevoeld doordat de rechter de status van verzoekers als soeverein mens negeerde, bevat geen concrete feiten en omstandigheden waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan worden afgeleid. Dat de rechter met het onderzoek ter terechtzitting wenste aan te vangen, terwijl verzoekers zich op het standpunt stelden dat er geen zaak tegen hen aanhangig was, geeft eveneens geen blijk van vooringenomenheid. Voorts is de term “partner” eerst door verzoekers gebezigd en nadien ook door de rechter gebruikt. Dit levert geen vooringenomenheid op. Concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat in deze bejegening (in het proces-verbaal) partijdigheid van de rechter tegen verzoekers besloten ligt of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, is niet aangevoerd. Met de overige, bij pleitnota aangevoerde argumenten wordt gelet op artikel 513 lid 3 juncto lid 4 Sv geen rekening gehouden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
