ECLI:NL:RBGEL:2013:4690
Rechtbank Gelderland · 20-11-2013 · zaaknummer 2410395
Inhoudsindicatie
Tussenvonnis. Vordering tot vergoeding buitengerechtelijke incassokosten van een consument. Alleen de voorgeschreven schriftelijke aanmaning (art. 6:96 lid 6 BW) is verzonden. Deze aanmaning wordt ook wel veertiendagenbrief genoemd. Vordering toewijsbaar op grond van het arrest van Hof Arnhem Leeuwarden van 17 september 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:6760). Anderzijds wordt er in het rapport BGK-Integraal (van een werkgroep van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton, het LOVCK) van uit gegaan dat na het verzenden van voornoemde aanmaning nog een incassohandeling wordt verricht. Zowel het LOVCK als LOV-Hoven hebben op 7 oktober 2013 met het rapport BGK-Integraal ingestemd. De Rechtbank Gelderland stelt daarom de volgende prejudiciële vraag aan de Hoge Raad: Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht? (zie ook tusenvonnis ECLI:NL:RBARN:2013:4081)
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
