Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2012:BY6273

Rechtbank Dordrecht · 14-12-2012 · zaaknummer AWB 12/1363

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Beslissing over het beëindigen van c.q. een beslissing tot het niet toelaten tot schuldhulpverlening na 1 juli 2012 is besluit. Geen dossiervorming in het kader van schuldhulpverlening. Bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de schuldhulpverlening moet worden hervat. De wetgever heeft blijkens de Memorie van Toelichting bij de wet uitdrukkelijk niet beoogd in de Wgs een aanspraak op schuldhulpverlening in de zin van die wet voor een inwoner jegens zijn gemeente te creëren (Kamerstukken II, 2009/2010, 32 291, nr. 3, p. 10, en nr. 4, p. 6). Wel heeft de wetgever in artikel 2 van de Wgs de verplichting voor de raad opgenomen een plan op te stellen en daarin de hoofdzaken op te nemen van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening (hierna: het plan) en in artikel 3 het college verantwoordelijk gesteld voor de uitvoering van dat plan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vordert de wetgever hiermee regeling en bestuur als bedoeld in artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet voor het bieden door een gemeente aan haar inwoners van een voorziening in de vorm van de nader in artikel 1 van de Wgs omschreven schuldhulpverlening. De bevoegdheid om op basis van het aldus opgestelde plan beslissingen te nemen in het individueel geval berust op grond van artikel 147, derde lid, van de Gemeentewet, gelezen in samenhang met voormeld artikel 3, bij het college. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is een concrete beslissing van het college op grond van dit plan om een inwoner op diens verzoek al dan niet tot die voorziening van schuldhulpverlening toe te laten, gericht op rechtsgevolg. Dit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet alleen omdat daarmee al dan niet de betrokkene aanspraak wordt gegeven op een zekere dienstverlening onder verantwoordelijkheid van de gemeente, maar ook omdat aan het uitsluiten van een betrokkene van die voorziening van schuldhulpverlening zwaarwegend gewicht toekomt in het eventueel daarna te volgen wettelijk traject op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Een beslissing van het college tot toekenning van of niet toelaten tot de voorziening moet dan ook naar het oordeel van de voorzieningenrechter worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar en beroep in de zin van de Awb open staat. De bevoegdheid om een besluit tot toekenning van een voorziening te nemen houdt naar heersende opvatting tevens de bevoegdheid in om dat besluit te wijzigen. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen grond om de beslissing om toegekende schuldhulpverlening te beëindigen anders te beoordelen dan de beslissing over het al dan niet toekennen van schuldhulpverlening. Ook een dergelijke beslissing moet daarom worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb waartegen bezwaar en beroep in de zin van de Awb open staat. De schuldhulpverlening aan verzoekers is door verweerder beëindigd op de grond dat sprake is van bedreiging van de betrokken schuldhulpverlener. De voorzieningenrechter stelt in deze voorop dat naar zijn opvatting bedreiging een ernstige vorm van wangedrag betreft, die in beginsel aanleiding geeft de schuldhulpverlening te beëindigen. Naar de (kennelijke) opvatting van verzoekers is er echter reden om af te wijken van dit beginsel omdat er geen sprake is van bedreiging in die zin, dat een dergelijke wijze van zich uitlaten van verzoeker voordien vanwege zijn persoon werd geaccepteerd door de medewerker van verweerder met wie hij veelal contact had. De voorzieningenrechter stelt vast dat de stukken over wat precies is voorgevallen in het dossier ontbreken. Verweerder heeft aangegeven dat verdere stukken niet kunnen worden overgelegd, omdat in het kader van schuldhulpverlening geen dossiers worden aangelegd. Gelet daarop kan de voorzieningenrechter niet uitsluiten dat verweerder het besluit over de beëindiging van schuldhulpverlening aan verzoekers ook in bezwaar niet genoegzaam met stukken zal kunnen staven. Derhalve komt de voorzieningenrechter toe aan een belangenafweging, die gelet op het voorgaande in het voordeel van verzoekers uitvalt.

Advocaten

  • A. de Raad
  • T. Franssen

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.