ECLI:NL:RBDOR:2012:BY1823
Rechtbank Dordrecht · 19-10-2012 · zaaknummer AWB 12/1169
Inhoudsindicatie
Besluit waarbij verweerder de aanvraag om bijstand van verzoekster buiten behandeling heeft gesteld wegens het niet inleveren van al de gevraagde bewijsstukken. Bij nader besluit heeft verweerder wederom de aanvraag om bijstand van verzoekster naar de norm van een alleenstaande buiten behandeling gesteld omdat zij niet is verschenen bij een gesprek na daartoe te zijn uitgenodigd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de uitnodiging voor dit gesprek op het bij verweerder bekende adres van verzoekster is bezorgd door een fietskoerier. Hangende bezwaar heeft verzoekster verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekster betoogt dat bezorging per fietskoerier geen betrouwbare wijze van postverzending is. De voorzieningenrechter overweegt dat in geval de geadresseerde zich op het standpunt stelt dat hij een niet aangetekend verzonden brief van het bestuursorgaan niet heeft ontvangen, het naar vaste jurisprudentie van de CRvB in beginsel aan het bestuursorgaan is om aannemelijk te maken dat het desbetreffende stuk op het adres van de geadresseerde is ontvangen. Bij een verzending per reguliere post via TPG NV als wettelijk geregelde universele postdienst die aan de bij en krachtens de Postwet gestelde eisen, waaronder die over de kwaliteit van de postbezorging, dient te voldoen, kan het bestuursorgaan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Verzending per reguliere post rechtvaardigt immers het vermoeden van ontvangst van het verzonden stuk op dat adres. Het bestuursorgaan is daarin in ieder geval geslaagd als het besluit is voorzien van een juiste adressering, een verzenddatum, er sprake is van een deugdelijke verzendadministratie en niet is gebleken van recente problemen bij de verzending van poststukken, zo volgt uit bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 10 juli 2012 (LJN: BX1131). Dit sluit niet uit dat ook op andere wijze het bestuursorgaan verzending aannemelijk kan maken, zo volgt uit bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 25 april 2012 (LJN: BW4573). In dit geval heeft verweerder de bezorging van de in geding zijnde uitnodiging niet via reguliere post maar door een fietskoeriersdienst laten verzorgen. Gelet op het voorgaande, kan voor die wijze van bezorging door verweerder de ontvangst op het adres van verzoekster niet worden aangetoond door het enkel aannemelijk maken dat de desbetreffende uitnodigingsbrief ter verzending is aangeboden. Verweerder zal aannemelijk moeten maken dat de in geding zijnde uitnodigingsbrief daadwerkelijk op het adres van verzoekster is bezorgd op of omstreeks de datum die op die uitnodiging is vermeld. Aldus ook de CRvB in zijn uitspraak van 7 juni 2012 (LJN: BW7796), over de betwiste ontvangst door de geadresseerde van een stuk dat naar verweerder stelde door twee handhavingsmedewerkers van de sociale dienst in de brievenbus van de betrokkene werd gedeponeerd. Anders dan verzoekster meent, spitst de beoordeling zich hier dus niet in eerste instantie toe op de vraag of verweerder verzending aannemelijk heeft weten te maken. Overigens kan de voorzieningenrechter verzoekster niet volgen in haar kennelijke betoog dat verweerder geen gebruik had mogen maken van een fietskoerier om haar uitnodiging te laten bezorgen. Hetgeen verzoekster over deze wijze van postbezorging heeft aangevoerd, is niet onderbouwd en laat onverlet dat bezorging per fietskoerier in zijn algemeenheid een in het maatschappelijk verkeer als voldoende betrouwbaar aanvaarde wijze van postbezorging is geaccepteerd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder vooralsnog onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat diens uitnodigingsbrief op het adres van verzoekster is bezorgd en overweegt daartoe het volgende. (…) Uit de overgelegde lijst of anderszins is niet gebleken van welke fietskoeriersdienst deze lijst afkomstig is. Hetzelfde geldt voor de namen van de betrokken fietskoeriers die de verantwoording van de bezorging op de lijst hebben ingevuld. Verzoekster betoogt terecht dat het door verweerder geleverde bewijs van bezorging van de uitnodiging op deze wijze voor haar op geen enkele wijze verifieerbaar is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de lijst daarom buiten aanmerking moet worden gelaten. Uit het voorgaande volgt dat vooralsnog niet is gebleken dat verzoekster zich in bezwaar ten onrechte op het standpunt stelt dat zij de uitnodiging voor het gesprek niet heeft ontvangen. Daarmee is gegeven dat verweerder haar van het feit dat zij bij dat gesprek niet is verschenen, geen verwijt kan maken. Verweerder mocht daarom verzoeksters aanvraag om bijstand wegens het niet verschijnen bij het gesprek niet buiten behandeling stellen. (…)
Rechters
Advocaten
- A.J.J. Fraanje
- M.M. Berkhoudt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
