Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW2919

Rechtbank Dordrecht · 10-04-2012 · zaaknummer 12/302

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

2.4.1. Verweerder heeft voor de conclusie dat verzoeker verwijtbaar niet op de eerste trainingsdag is verschenen verwezen naar een telefonisch overleg tussen de klantmanager en de huisarts, waarin de huisarts te kennen heeft gegeven de klachten van verzoeker niet serieus te nemen en dat verzoeker geen behandeling nodig heeft. Verweerder heeft geen verzuimcontroleur ingeschakeld en verzoeker evenmin uitgenodigd voor het spreekuur van de (bedrijfsarts), ook niet nadat verzoeker medische stukken had overgelegd waaruit blijkt dat bij hem op 16 december 2011 suikerziekte is vastgesteld en dat, terugkijkend, zijn klachten (dus ook op 2 december 2011) zeer waarschijnlijk hieraan zijn toe te schrijven. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder niet zonder (nader) onderzoek heeft kunnen concluderen dat verzoeker verwijtbaar geen gebruik heeft gemaakt van een door verweerder aangeboden voorziening. (...) verweerder heeft nagelaten deugdelijk te motiveren waarom de verweten gedraging heeft geleid tot een maatregel van 100% gedurende zes maanden. De maatregel is blijkens het bestreden besluit gebaseerd op artikel 10, derde lid, van de Verordening. Anders dan verweerder kennelijk meent, biedt dit artikellid niet de mogelijkheid om bij herhaalde recidive zonder verdere afweging tot vervijfvoudiging van de hoogte en een verzesvoudiging van de duur van de bij de gedraging behorende standaardmaatregel te besluiten. Voor toepassing van artikel 2, tweede lid, en artikel 10, derde lid, van de Verordening is vereist dat verweerder een afweging van de verwijtbaarheid van de gedraging en de belangen van de betrokkene maakt en daarover in het bestreden besluit verantwoording aflegt. Tevens is daarbij vereist dat er evenredigheid blijft bestaan tussen het verwijtbare karakter van de gedraging en de hoogte van de op te leggen maatregel. De enkele vermelding in het bestreden besluit dat verweerder bij het opleggen van de maatregel rekening heeft gehouden met de ernst van de gedraging, de mate waarin verzoeker zelf schuld heeft en zijn persoonlijke situatie, is daartoe onvoldoende. Niet is gebleken dat verweerder onderzoek heeft gedaan naar de persoonlijke omstandigheden van verzoeker. Evenmin is gebleken dat verweerder de relatie tussen het verwijtbare karakter van de gedraging van de opgelegde maatregel afdoende heeft gemotiveerd. Ten slot is ook niet gebleken dat verweerder in ogenschouw heeft genomen dat de opeenstapeling van maatregelen er toe heeft geleid dat verzoekers feitelijk sinds 1 september 2011 in het geheel geen bijstand meer ontvangen. In dit licht is de opgelegde maatregel naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet evenredig. (...) Daar komt nog bij dat verweerder niet heeft voldaan aan de (...) de maatregel aan een herbeoordeling te onderwerpen. (..). Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat deze herbeoordeling eerst op 19 maart 2012 heeft plaatsgevonden en beperkt is gebleven tot de vraag of verzoeker heeft gesolliciteerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had verweerder in deze herbeoordeling ook de omstandigheden moeten betrekken waarin verzoeker met zijn gezin verkeert. Het geheel overziend, is er aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen, die inhoudt dat het bestreden besluit wordt geschorst tot zes weken na verzending van de beslissing op bezwaar. Voorts ziet de voorzieningenrechter in het licht van de ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit, in samenhang bezien met het feit dat verzoekers reeds sinds september 2011 geen enkele vorm van bijstand hebben ontvangen en worden bedreigd met uithuiszetting, aanleiding om te bepalen dat verweerder de bijstandsuitkering van verzoekers over de maanden december 2011 tot en met maart 2012 ten spoedigste moet nabetalen aan verzoekers, uiterlijk op 20 april 2012.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.