ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0812
Rechtbank Dordrecht · 09-03-2012 · zaaknummer 12/109
Inhoudsindicatie
Last onder dwangsom tot beëindiging van bedrijfsactiviteiten op een perceel. Het bedrijf komt als zodanig niet voor op de Staat van Inrichtingen behorend bij het bestemmingsplan. Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat verzoekers bedrijf niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 12, vijfde lid, van de planvoorschriften en daarmee niet in aanmerking komt voor een omgevingsvergunning voor strijdig gebruik op grond van die bepaling. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zijn standpunt dat verzoekers bedrijf volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” moet worden getypeerd als een bedrijf in de categorie 3.2, onvoldoende onderbouwd om reeds op die grond geen zicht op legalisatie aan te kunnen nemen. Ook anderszins heeft verweerder onvoldoende inzichtelijk gemaakt op welke gronden hij is gekomen tot een 3.2-categorisering van verzoekers bedrijf. Het advies van de toenmalige milieudienst van 14 mei 2009, aangevuld bij brief van 25 maart 2010, biedt naar het oordeel van de voorzieningenrechter in zijn summiere vergelijk onvoldoende grondslag, nu diezelfde milieudienst eerder het bedrijf van verzoeker op basis van een even summier vergelijk als een categorie 2-bedrijf aanmerkte. Het eerder ingenomen standpunt dat ten tijde van het advies van de milieudienst van 14 mei 2009 de activiteiten van verzoekers bedrijf waren uitgebreid, lijkt thans door verweerder te zijn verlaten. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat verweerder in het bestreden besluit en zijn toelichting daarop ter zitting geen duidelijk standpunt heeft ingenomen over de vraag of hij, als al mocht blijken dat verzoekers bedrijf zou moeten worden getypeerd als een categorie 2-bedrijf, bereid zou zijn medewerking te verlenen aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor strijdig gebruik op grond van artikel 12, vijfde lid, van de planvoorschriften. In de omstandigheden van het geval doet daaraan niet zonder meer af dat verzoeker daartoe (nog) geen verzoek heeft ingediend. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verweerder tot voor kort het primaire standpunt van verzoeker innam dat een categorie 2-bedrijf, ongeacht de vermelding in de Staat van Inrichtingen, niet strijdig was met het bestemmingsplan. Verder acht de voorzieningenrechter in dit verband van belang dat verzoeker een akoestisch onderzoek heeft overgelegd met als doel verweerder aan te tonen dat de geluidhinder van zijn bedrijf die van een categorie 2-bedrijf niet te boven gaat en heeft betoogd zo nodig de huidige bedrijfsvoering te kunnen aanpassen om de benodigde categorisering te realiseren. Volgt schorsing van het bestreden besluit.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Binnenmaas
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Binnenmaas
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
