Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0714

Rechtbank Dordrecht · 26-03-2012 · zaaknummer 12/198

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Last onder dwangsom tegen permanente bewoning van recreatiewoning. Vast staat dat verweerder bevoegd was handhavend op te treden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat legalisering in de zin van niet-persoonsgebonden gebruik voor permanente bewoning van de recreatiewoning op grond van het vigerende provinciale beleid is uitgesloten, maar neemt dit niet weg dat verweerder bevoegd is bestaand gebruik voor permanente bewoning door huidige bewoners te gedogen volgens een zogenoemd uitsterfsysteem. Verweerders beleid dienaangaande is neergelegd in de handhavingsnota. Het betoog van verzoekers daartegen komt er in hoofdzaak op neer, dat dit beleid jegens hen geen redelijk doel dient in de situatie dat tenminste 35% van de recreatiewoningen op grond van het overgangsrecht volgens het geldende bestemmingsplan permanent bewoond mag blijven worden. Daaraan kan niet zonder meer afdoen de verwijzing door verweerder naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 13 juli 2011, LJN BR1392. Daarin heeft de Afdeling overwogen dat dit krachtens het overgangsrecht toegestane gebruik in een nieuw bestemmingsplan mag worden omgezet in persoonsgebonden overgangsrecht (een zogenoemde uitsterfregeling). Tot een dergelijke omzetting is immers de raad bevoegd. Mede gelet op de gewijzigde marktomstandigheden voor recreatiewoningen acht de voorzieningenrechter het niet op voorhand duidelijk dat de raad tot een dergelijke omzetting zal besluiten. Onder die omstandigheden had verweerder in het bestreden besluit expliciet moeten ingaan op het argument van verzoekers dat het niet gedogen van hun gebruik voor permanente bewoning geen redelijk doelt dient als een groot deel van de recreatiewoningen op grond van overgangsrecht permanent mag worden bewoond. Voorts acht de voorzieningenrechter het betoog van verzoekers dat zij zonder de middelen uit de verkoop van de recreatiewoning niet in staat zijn een ander hoofdverblijf te bekostigen en daardoor totdat de recreatiewoning is verkocht zonder hoofdverblijf zullen zijn, op voorhand niet zonder grond. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder door de begunstigingstermijn conform de handhavingsnota te bepalen, ten onrechte geen nadere afweging gemaakt ten aanzien van de na de vaststelling van die nota ingetreden ernstige crisis op de woningmarkt. Verweerder heeft daar tegenover gesteld dat er in de periode vanaf 1 maart 2010 tot heden tien woningen zijn verkocht, waarvan acht uitsluitend recreatief mogen worden gebruikt. Dit laat naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onverlet dat, voor zover komt vast te staan dat door de betrokkenen niet kan worden uitgeweken naar een ander hoofdverblijf, een termijn van zes maanden in de huidige woningmarktsituatie onder een mogelijk gelijktijdig aanbod van meerdere recreatiewoningen, onredelijk kort lijkt. De voorzieningenrechter acht vooralsnog onvoldoende door verweerder gemotiveerd waarom hij desalniettemin redelijkerwijs aan een termijn van zes maanden mocht vasthouden in het geval van verzoekers, mede gelet op de volgens verzoekers extreme prijsdalingen voor voormelde verkochte recreatiewoningen, voor zover die niet krachtens overgangsrecht permanent mogen worden bewoond. Volgt schorsing van het bestreden besluit.

Advocaten

  • J. Veltman
  • M.C.J. Valke
  • P. Huijbers

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.