ECLI:NL:RBDOR:2012:BW0356
Rechtbank Dordrecht · 27-03-2012 · zaaknummer 11-710194-11
Inhoudsindicatie
Onder andere vrijspraak voor verkrachting. Weliswaar kan gesteld worden dat verdachte een feitelijk overwicht had op het slachtoffer en van dat overwicht misbruik heeft gemaakt door haar ertoe te bewegen de seksuele handelingen te ondergaan, maar dit brengt volgens vaste jurisprudentie niet zonder meer met zich dat telkens sprake was van “door een feitelijkheid dwingen” in de zin van artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen andere bewijsmiddelen voorhanden waaruit volgt dat verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of aangeefster in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat zij zich daardoor niet tegen die handelingen kon verzetten. Ook is er geen bewijsmiddel voorhanden waaruit blijkt dat verdachte aangeefster in een zodanige, door hem opzettelijk veroorzaakte, (bedreigende) situatie heeft gebracht dat het daardoor voor haar niet mogelijk was om zich aan die handelingen te onttrekken. De conclusie is dat de rechtbank onvoldoende bewijs ziet voor het voor verkrachting vereiste, en daarvoor cruciale element van dwang.
Advocaten
Officier van justitie
- J. Spaans
officier van justitie
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
