Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2011:BV0273

Rechtbank Dordrecht · 12-12-2011 · zaaknummer 268084 CV EXPL 10-1953

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Werkgever heeft eenzijdig de provisieregeling, winstuitdelingsregeling en ziekengeldregeling gewijzigd. Drie werknemers vragen nakoming van de eerdere provisieregeling zoals geldend vanaf 2006 alsmede nakoming van de ziekengeldregeling en van de eindejaarsuitkering. De nieuwe regelingen zijn als CAO in werking getreden. Werknemers zijn niet via de CAO gebonden omdat zij geen lid (meer) waren van de vakbond die bij het sluiten van de CAO betrokken is geweest. Werknemers zijn evenmin via het in de arbeidsovereenkomst opgenomen incorporatiebeding gebonden. Het beding verwijst enkel naar de eerdere ondernemings-CAO van Amev, die sinds 1994 niet meer bestaat, en eventuele latere aanvullingen of wijzigingen daarop en niet naar opvolgende (andere) ondernemings-CAO’s. Het gaat te ver om de nieuwe regelingen daar onder te laten vallen. Te meer nu de volledige provisieregeling in de arbeidsovereenkomsten is omschreven en niet gebleken is dat de eerdere provisieregeling van 2006 een CAO is. In de provisieregeling van 2006 is een wijzigingsbeding opgenomen op grond waarvan werkgever de bevoegdheid heeft om de provisieregeling te wijzigen na overleg met de OR. Werknemers kunnen niet via dit wijzigingsbeding worden gebonden. Het wijzigingsbeding is namelijk niet van een schriftelijk akkoord van werknemers voorzien, hetgeen in casu mocht worden vereist omdat er reeds een wijzigingsbeding in de individuele arbeidsovereenkomsten is opgenomen waaraan anders afbreuk wordt gedaan. Via het wijzigingsbeding in de individuele arbeidsovereenkomsten kunnen werknemers echter evenmin worden gebonden aan de nieuwe provisieregeling omdat de OR bij de wijziging daarvan niet betrokken is geweest. De vraag is dan of de werkgever een redelijk voorstel vanwege gewijzigde omstandigheden heeft gedaan dat werknemers tegen zich moeten laten gelden. Van gewijzigde omstandigheden is niet gebleken aangezien de Europese richtlijn MiFID, die is geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht en die regels stelt omtrent provisies, niet ziet op de verhouding werkgever en werknemer. Van een belang van werkgever op dit punt om tot eenzijdige wijziging over te gaan, is dan ook geen sprake. Daar komt bij dat het financiële belang van werkgever tot wijziging van de regelingen tegenover de afzonderlijke en tezamen genomen belangen van werknemers, bestaande uit het voorkomen van verdere werkdrukverhoging en het voorkomen van een aanzienlijke inkomensachteruitgang, onvoldoende zwaarwichtig is om de eenzijdige wijzigingen te rechtvaardigen. De eerdere regelingen blijven van kracht.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.