Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2011:BV0167

Rechtbank Dordrecht · 20-12-2011 · zaaknummer 11/1569

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor met bestemmingsplan strijdig gebruik met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4.1 Bijlage II van het Bor (“kruimellijst”). “De wetgever heeft verweerder in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo in samenhang met artikel 4.1 Bijlage II van het Bor de bevoegdheid gegeven om omgevingsvergunning te verlenen voor gebruik in strijd met een in het bestemmingsplan neergelegde bestemming voor maximaal 1500 m2, zonder dat daarvoor het vereiste wordt gesteld van een goede ruimtelijke onderbouwing. Eerder had verweerder een vergelijkbare bevoegdheid op basis van een kruimellijst in de vrijstelling krachtens artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) en in de ontheffing krachtens artikel 3.23, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Bij zijn beslissing om al dan niet gebruik te maken van deze bevoegdheid heeft verweerder beleidsvrijheid, reden voor de bestuursrechter om die beslissing terughoudend te toetsen. Deze toets houdt in dat de bestuursrechter zich moet beperken tot de vraag of verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen om al dan niet omgevingsvergunning (tevoren: ontheffing respectievelijk vrijstelling) voor het strijdige gebruik te verlenen. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) over de bevoegdheid van artikel 19, derde lid, van de WRO en artikel 3.23, eerste lid, van de Wro volgt dat, ondanks dat een geval door de wetgever op de kruimellijst is gezet en de eis van een goede ruimtelijke onderbouwing niet wordt gesteld, desalniettemin bij de beslissing om vrijstelling of ontheffing te verlenen moet zijn gemotiveerd waarom de ontwikkeling in planologisch opzicht aanvaardbaar is en dat moet blijken van een afweging van de met die ontwikkeling gemoeide belangen. De voorzieningenrechter wijst op onder meer de uitspraken van de Afdeling van 25 februari 2004, LJN AO4366, 2 november 2005, LJN AU5356, 20 september 2006, LJN AY8517, 21 september 2011, LJN BT2162, 23 november 2011, LJN BU5428, en 21 december 2011, LJN BU78873. Deze rechtspraak geldt onverkort voor de bevoegdheid van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo. De voorzieningenrechter ziet bevestiging voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 26 oktober 2011, LJN BU1640.” De voorzieningenrechter schorst de verleende omgevingsvergunning omdat een deugdelijke motivering en belangenafweging ontbreekt.

Advocaten

  • W.G.H. Janssen

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.