Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2011:BT8673

Rechtbank Dordrecht · 23-08-2011 · zaaknummer 11/787

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft vrijstelling krachtens artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) en bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht bevoegd geacht tot het verlenen van vrijstelling krachtens artikel 19, tweede lid, van de WRO op grond van het besluit van gedeputeerde staten van 9 oktober 2007, gepubliceerd in het Provinciaal blad van Zuid-Holland van 24 oktober 2007, waarbij categorieën van gevallen zijn aangewezen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de WRO (hierna: de provinciale lijst 2007). Verweerder diende, nu sprake is van een ingreep in een gebied met verwachte archeologische waarde, voorafgaand aan de verlening van de vrijstelling, gelet op de in provinciale lijst 2007 gestelde randvoorwaarde en de omstandigheid dat niet is voldaan aan de genoemde uitzonderingen, een verkennend archeologisch onderzoek uit te (laten) voeren. Nu dit niet is gebeurd, is het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Nu dit gebrek ook in de bezwaarfase niet is hersteld is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit te worden vernietigd. De rechtbank acht echter grond aanwezig om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten nu in beroep alsnog een rapportage van een archeologisch onderzoeksbureau is overgelegd en partijen daarop hebben kunnen reageren. Naar het oordeel van de rechtbank is met het verkennende archeologisch onderzoek voldaan aan de in de provinciale lijst 2007 gestelde randvoorwaarde voor verlening van vrijstelling op dit punt. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek ondersteunen het standpunt van verweerder dat geen sprake is van een gebied met vastgestelde hoge of zeer hoge archeologische waarde waarvoor een vrijstellingsverbod geldt. De rechtbank heeft in de in beroep door eisers overgelegde rapportages van twee ingenieursbureaus aanleiding gezien een onafhankelijk deskundige in te schakelen teneinde de kans op schade te beoordelen. Uit de rapporten van de Stab blijkt dat niet aannemelijk is geworden dat de uitvoering van de bouwwerkzaamheden onvermijdelijk leidt tot schade. Dit vormt in die zin een bevestiging van het door verweerder in bezwaar ingenomen standpunt. Verweerder heeft zich derhalve op het standpunt kunnen stellen dat zij de belangen van eisers voldoende heeft afgewogen in die zin, dat er geen reden meer was de gestelde schade daarin nader te betrekken, nadat het bouwplan was gewijzigd door de keus voor lichter ophoogmateriaal.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwijndrecht

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.