Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2011:BR5744

Rechtbank Dordrecht · 27-05-2011 · zaaknummer 10/1465

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

WWB / Intrekking / 26 IVRK /14 EVRM / 8 EVRM Het kennelijke betoog van eisers dat de koppelingswetgeving in strijd is met het verbod van discriminatie als bedoeld in artikel 14 van het EVRM, treft geen doel. Voor het in deze wetgeving neergelegde onderscheid naar nationaliteit, namelijk tussen Nederlanders en vreemdelingen met verblijfstitel enerzijds en vreemdelingen zonder zodanige titel anderzijds, is volgens vaste jurisprudentie een afdoende rechtvaardiging aanwezig, ook waar het gaat om de uitsluiting van bijstand. Ook het kennelijke betoog van eisers dat het in de koppelingswetgeving neergelegde onderscheid in elk geval jegens hun kinderen in strijd is artikel 14 van het EVRM, mede bezien in samenhang met artikel 26 van het IVRK, reeds vanwege hun minderjarigheid, faalt. Het verstrekken van mogelijk langdurige uitkeringen aan kinderen die geen rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, of l, van de Vw 2000 kan de voortzetting van hun verblijf en in voorkomend geval van het verblijf van hun ouders hier te lande stimuleren, waardoor het vreemdelingenbeleid ernstig zou worden doorkruist. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat ingevolge artikel 2 van de Goedkeuringswet IVRK het bepaalde in artikel 26 van het IVRK de Nederlandse staat niet verplicht tot een zelfstandig recht van kinderen op sociale zekerheid, daaronder inbegrepen sociale verzekering. Eisers hebben geen feiten of omstandigheden gesteld betreffende henzelf of hun kinderen, die nopen tot het oordeel dat het in 2.4.2 bedoelde onderscheid specifiek jegens hen of hun kinderen in strijd is met artikel 14 van het EVRM. De argumenten die eisers ontlenen aan hun Roma-cultuur dienen te worden beoordeeld in het kader van een aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en blijven verder buiten behandeling. Het voorgaande geldt dienovereenkomst voor het beroep van eisers op artikel 8 van het EVRM.

Advocaten

  • J.H. Kruseman

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.