ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ0971
Rechtbank Dordrecht · 08-04-2011 · zaaknummer 10/1415
Inhoudsindicatie
Handhavend optreden van het college na constatering tijdens realisering van bouwplan dat de bouwer in strijd met de verleende bouwvergunning bouwt. Het college heeft het handhavingstraject beëindigd na het afstempelen van de door de bouwer voorgelegde revisietekening. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de afstempeling van de aan hem door de bouwer voorgelegde revisietekening niet verder strekt dan het onderschrijven van het standpunt van de bouwer dat de wijzigingen op het vergunde bouwplan volgens de revisietekening bouwvergunningsvrije wijzigingen zijn als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, van het Bblb. Met die bouwvergunningsvrije wijzigingen is volgens het college zijn bevoegdheid handhavend op te treden tegen het bouwen in afwijking van het vergunde bouwplan komen te vervallen. De rechtbank acht de opvatting van het college dat met het afstempelen van de revisietekening slechts sprake is van een bestuurlijk rechtsoordeel, niet te rijmen met het standpunt van het college dat hij bevoegd was om handhavend op te treden tegen het bouwen in strijd met de verleende bouwvergunning. De rechtbank is van oordeel dat in de situatie dat een bouwwerk volgens de verleende bouwvergunning nog niet is voltooid, in beginsel iedere afwijking van de bouwvergunning onder het verbod van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet valt om te bouwen in strijd met de verleende bouwvergunning. Daaronder valt dus ook een afwijking ten opzichte van de bouwvergunning die, als het bouwwerk volgens de bouwvergunning voltooid zou zijn geweest, slechts een verandering zou inhouden van niet-ingrijpende aard aan een bestaand bouwwerk als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, van het Bblb. Naar het oordeel van de rechtbank moet in dit geval de afstempeling van de revisietekening worden aangemerkt als revisievergunning. Het college heeft daarom de bezwaren van eiseressen tegen de afstempeling van de revisietekening ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard als niet gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De rechtbank ziet om redenen van proceseconomie aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en de argumenten van partijen waarom de wijzigingen in het bouwplan volgens de revisietekening ten opzichte van de verleende bouwvergunning al dan niet vallen onder de werking van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder k, van het Bblb, te beoordelen als betrof het argumenten voor en tegen de stelling dat het om ondergeschikte wijzigingen gaat ten opzichte van de verleende bouwvergunning en vrijstelling. Omdat een revisievergunning werd en kon worden verleend voor de op het vergunde bouwplan door te voeren wijzigingen en niet is gebleken dat het beoogde gebruik van het bouwwerk na realisering daarvan strijdig is met de voor het bouwplan verleende vrijstelling, heeft het college naar het oordeel van de rechtbank terecht het handhavingstraject beëindigd.
Rechters
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
