Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2011:BP8893

Rechtbank Dordrecht · 11-03-2011 · zaaknummer 11/136

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Wettelijk kader: artikel 54, 58 WWB, 3, 6 EVRM samenvatting Hoewel het bestreden besluit nadelige consequenties heeft voor verzoekers, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan te nemen dat artikel 3 EVRM vanwege dit besluit geschonden zou kunnen zijn. De voorzieningenrechter begrijpt het betoog van verzoekers ten aanzien van artikel 6 van het EVRM aldus dat het enkele feit dat verweerder zich op het standpunt stelt dat verzoekers de inlichtingenplicht hebben geschonden maakt dat er sprake is van een “criminal charge”. Volgens de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de Raad) kan de rechtsfiguur van intrekking van bijstand en terugvordering van de ten onrechte verleende bijstand, zoals hier aan de orde, niet worden beschouwd als een “criminal charge”, zodat de beschermende werking van artikel 6, derde lid, EVRM zich niet tot verzoeker uitstrekt. De voorzieningenrechter verwijst onder meer naar de uitspraak van 28 oktober 2008, LJN BG3682. Voor zover verzoekers daarnaast nog hebben beoogd te betogen dat als gevolg van het feit dat zij worden verdacht van bijstandsfraude, zij worden uitgesloten van de toegang tot de Wet Sanering Natuurlijke Personen en er ook om die reden sprake zou zijn van strijd met artikel 6 van het EVRM, is het aan verzoekers om deze grond aan te voeren in een eventuele procedure die ziet op de toegangsweigering tot schuldsanering. Tussen partijen is niet in geschil dat verzoeker in de periode dat hij een bijstandsuitkering ontving, werkzaamheden heeft verricht in de winkel van zijn vader. Verzoeker heeft zijn stelling dat verweerder wist van zijn werkzaamheden thans niet onderbouwd. Indien verzoeker deze stellingen in bezwaar kan onderbouwen, zal verweerder de betekenis daarvan in het kader van de heroverweging mee moeten wegen. Op dit moment is er echter geen grond voor de conclusie dat verweerder wist dat verzoeker werkzaamheden verrichtte in het bedrijf van zijn vader. Ook als verzoekers geen geldelijk voordeel hebben gehad van de werkzaamheden van verzoeker, waren verzoekers ingevolge vaste jurisprudentie van de Raad (zie onder meer de uitspraak van 26 november 2008, LJN BG5782) gehouden om deze werkzaamheden aan verweerder te melden, nu daarvoor normaal gesproken een geldelijke beloning voor wordt verkregen dan wel bedongen. Gelet hierop heeft verweerder op basis van hetgeen thans bekend is terecht geconstateerd dat verzoekers hun inlichtingenverplichting hebben geschonden door geen mededeling te doen van de werkzaamheden van verzoeker aan verweerster. Niet gebleken is dat niet verwijtbaar is dat verzoekers de inlichtingenplicht hebben geschonden. Bij aanvang van de bijstandsverlening zijn verzoekers gewezen op de verplichting om onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Daaronder valt ook het verrichten van (onbetaalde) arbeid. De stelling van verzoeker dat het zijn plicht was zijn vader te helpen kan aan het vorenstaande niet afdoen. Als gevolg van de schending van de inlichtingenverplichting door verzoekers, kan verweerder nu niet meer vaststellen of en zo ja, in hoeverre verzoekers nog in aanmerking kwamen voor een uitkering op grond van de Wwb, zodat de uitkering van verzoekers op die grond naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter terecht is ingetrokken en teruggevorderd. Op grond van artikel 60, derde lid, van de Wwb is verweerder bevoegd tot verrekening van de schuld van verzoekers met de bijstandsuitkering. Vast staat dat aan verzoekers door verweerder een inkomen wordt verstrekt dat gelijk staat aan de beslagvrije voet, zoals omschreven in artikel 475d van het Wetboek van Rechtsvordering

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • C.A.M. Nusteling
  • G. Ris

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.