ECLI:NL:RBDOR:2010:BO5280
Rechtbank Dordrecht · 19-11-2010 · zaaknummer AWB 09/422
Inhoudsindicatie
Allereerst dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verweerder in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel door de aan het geschil ten grondslag liggende beschikking te nemen. Eiser meent uit de door W.J. Foeken (taxateur van verweerder) ontvangen e-mail van 19 oktober 2004 te hebben mogen afleiden dat de WOZ-waarde voor zijn woning voor het tijdvak 2005-2009 zal worden vastgesteld op € (bedrag). Te meer daar verweerder op dat moment reeds op de hoogte had kunnen zijn van de ontwikkelingen in de wetgeving ten aanzien van de tijdvakken waarvoor de waardevaststellingen moesten worden verricht. Verweerder van zijn kant stelt zich op het standpunt dat eiser aan dit e-mailbericht geen rechten kan ontlenen. De e-mail is opgemaakt in de veronderstelling dat nog altijd een tijdvak van vier achtereenvolgende jaren aan de orde zou zijn. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat uit bovengenoemde e-mail van 19 oktober 2004 niet zonder meer blijkt dat door verweerder (de heffingsambtenaar van de gemeente Dordrecht) op eiser toegespitste concrete toezeggingen zouden zijn gedaan met betrekking tot het vastleggen van de WOZ-waarde van de woning voor de jaren 2005-2009. De e-mail is afkomstig van W.J. Foeken, taxateur o.z. afdeling Belastingen, Gemeente Dordrecht. Daaruit volgt nog niet dat verweerder dit standpunt ook heeft overgenomen. Verder bestond ten tijde van het schrijven van de e-mail onzekerheid over de totstandkoming van nieuwe wetgeving met betrekking tot de artikelen 18 en 19 van de Wet WOZ, waardoor niet duidelijk was over welke belastingtijdvakken in de toekomst beschikkingen genomen zouden worden. Verweerder heeft zich in dit verband voorts terecht op het standpunt gesteld dat verweerder na de wetswijziging gehouden was de op dat moment geldende regelgeving uit te voeren. Verder is van belang dat de WOZ-waarde van de woning van eiser voor het jaar 2007 ook is verhoogd, waartegen eiser, door omstandigheden, geen bezwaar heeft gemaakt. Op dat moment wist of kon eiser weten dat er geen gevolg werd gegeven aan de e-mail van 19 oktober 2004 van W.J. Foeken. Evenmin is de rechtbank gebleken van andere dusdanig ernstige schendingen van de algemene rechtsbeginselen die bekend staan als het rechtszekerheids- en het zorgvuldigheidsbeginsel dat in verband daarmee een uitzondering had moeten worden gemaakt op het zwaarwegende beginsel dat de wet dient te worden uitgevoerd. De omstandigheid dat de informatie van W.J. Foeken voor eiser wellicht aan duidelijkheid te wensen heeft overgelaten kan er op zichzelf niet toe leiden dat het bestreden besluit in zoverre niet in rechte houdbaar is te achten. Gelet op hetgeen verweerder ter zitting naar voren heeft gebracht, acht de rechtbank verweerder niet geslaagd in het van hem verlangde bewijs. Immers, verweerder heeft geen taxatie verricht, aangezien hij heeft gemeend dat eiser daartegen geen grieven naar voren heeft gebracht. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt. Zoals uit 2.3. blijkt heeft eiser wel de vaststelling van de waarde willen bestrijden. Doordat verweerder geen taxatierapport heeft overgelegd en ook anderszins de waarde niet aannemelijk heeft gemaakt, kan op voorhand niet van de door verweerder gehanteerde waarde van € (bedrag) worden uitgegaan. De opmerking van verweerder dat eiser de woning begin 2007 voor een bedrag van € (bedrag) te koop heeft aangeboden is daartoe onvoldoende. Nu beide partijen er niet in zijn geslaagd de door hen voorgestane waarde aannemelijk te maken, is het aan de rechtbank om de waarde van de woning te bepalen. Daarbij betrekt de rechtbank dat eiser de woning in oktober 2009 heeft verkocht voor een bedrag van € (bedrag). Aangezien in zijn algemeenheid de woningmarkt vanaf de waardepeildatum van 1 januari 2007 nog enigszins stijgende was en vervolgens op enig moment tot aan het moment van verkoop van de woning in oktober 2009 een dalende trend te zien heeft gegeven stelt de rechtbank na afweging van al hetgeen partijen in het geding hebben gebracht de waarde van de woning in goede justitie vast op een bedrag van € (bedrag).
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de gemeente Dordrecht
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Dordrecht
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
