ECLI:NL:RBDOR:2010:BM2331
Rechtbank Dordrecht · 26-03-2010 · zaaknummer AWB 09/46
Inhoudsindicatie
Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening, gelezen in samenhang met het besluit van verweerder van 21 maart 2005, is de parkeerbelasting verschuldigd vanaf de aanvang van het parkeren tot de beëindiging daarvan. Tot het bij aanvang voldoen van de parkeerbelasting behoort het verrichten van de nodige uitvoeringshandelingen binnen een redelijke, korte, termijn. Tot die uitvoeringshandelingen behoren onder meer het verrichten van de betalingshandeling bij de dichtstbijzijnde functionerende parkeerautomaat ter verkrijging van een parkeerkaartje voor de voorgenomen duur van het parkeren, en het vervolgens goed zichtbaar achter de voorruit van de auto leggen van dat parkeerkaartje. Tijdens het verrichten van deze uitvoeringshandelingen binnen een redelijke, korte, termijn, is er geen sprake van de situatie dat niet is voldaan aan de plicht parkeerbelasting te voldoen. Het voorgaande geldt dienovereenkomstig bij gebruik van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening die is afgegeven voor gebruik door verschillende personen voor verschillende voertuigen. Tot het bij de aanvang van het parkeren aantonen dat parkeerbelasting is betaald als bedoeld in die bepaling behoort eveneens het verrichten van de nodige uitvoeringshandelingen binnen een redelijke, korte, termijn. Tot die uitvoeringshandelingen behoren onder meer het ophalen van een parkeervergunning en het goed zichtbaar achter de voorruit leggen van die vergunning. Uit de aard van de parkeervergunning volgt verder, dat tot die uitvoeringshandelingen ook behoort het terugbrengen van de vergunning. Ook tijdens het verrichten van deze uitvoeringshandelingen binnen een redelijke, korte termijn, is er geen sprake van de situatie dat niet is voldaan aan de plicht parkeerbelasting te voldoen. Eiser heeft evenwel niet aannemelijk gemaakt dat hij op het moment van het opleggen van de naheffingsaanslag bezig was met het binnen een redelijke, korte termijn verrichten van een uitvoeringshandeling als hiervoor bedoeld.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de gemeente Zwijndrecht
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de gemeente Zwijndrecht
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
