Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2009:BK7310

Rechtbank Dordrecht · 20-11-2009 · zaaknummer AWB 08/653

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Een bestuursorgaan mag er in beginsel van uit gaan dat een opgegeven adres juist is en dat correspondentie naar dit adres kan worden gezonden. Vast staat dat eiser geen verhuisbericht aan verweerder heeft gezonden nadat hij de woning december 2006 weer had betrokken. Uit het boeterapport volgt echter dat eiser tijdens het gehoor op 4 april 2006 nadrukkelijk heeft vermeld dat hij alleen gedurende de verbouwing van die woning zijn post wenste te ontvangen op het tijdelijke adres. Verweerder kon er dan ook bij de verzending van het boetebesluit op 4 mei 2007 niet zonder meer vanuit gaan dat het door eiser opgegeven tijdelijke adres nog steeds het juiste adres was. Inmiddels was immers ruim een jaar verstreken nadat eiser melding had gemaakt van de verbouwing. Het vorenstaande klemt temeer nu verweerder het boeterapport op 30 januari 2007 heeft verzonden aan het GBA-adres. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank bij eiser de indruk gewekt dat verweerder ook de verdere correspondentie aan dat adres zou zenden. Bovendien heeft eiser onweersproken gesteld dat hij naar aanleiding van het boeterapport telefonisch contact met verweerder heeft gehad, zodat verweerder redelijkerwijs behoorde te weten dat eiser inmiddels weer op het adres GBA-adres woonachtig was. Eiser kan er om die reden geen verwijt van worden gemaakt dat hij verweerder niet expliciet heeft meegedeeld dat de verbouwing was voltooid en dat hij sinds december 2006 weer woonachtig was op zijn GBA-adres. Een dergelijke mededeling kon en mocht door eiser gelet op al het voorgaande overbodig worden geoordeeld. Het lag dan ook op de weg van verweerder om – nu er twijfel kon bestaan over de juiste adressering – zich er van te vergewissen dat het boetebesluit aan het juiste adres werd gezonden. Daarvoor was temeer reden nu het om een bestraffende sanctie gaat en onjuiste adressering van het boetebesluit gevolgen kan hebben voor het in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) neergelegde recht op toegang tot de rechter.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.