ECLI:NL:RBDOR:2009:BI8577
Rechtbank Dordrecht · 08-05-2009 · zaaknummer AWB 08/587
Inhoudsindicatie
Van toetreding van de vreemdelingen tot de Nederlandse arbeidsmarkt anders dan tijdelijk is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Het HvJ EG – zo blijkt onder meer uit de uitspraak 21 oktober 2004, RV 2004, 92 – heeft vastgesteld dat werknemers die in dienst zijn van een in een lidstaat gevestigde onderneming en die tijdelijk worden uitgezonden naar een andere lidstaat om daar diensten te verrichten, geenszins de bedoeling hebben zich op de arbeidsmarkt van laatstbedoelde lidstaat te begeven, omdat zij na hun taak te hebben volbracht, naar hun land van herkomst terugkeren. Eiseres heeft hierbij verwezen naar het verwachte einde van de detachering op 11 september 2007, waaruit eveneens de tijdelijke aard van de toetreding blijkt. Hoewel verweerder conform de opvatting van het HvJ EG ter zitting heeft erkend dat in zijn algemeenheid te gelden heeft dat het verblijf van buitenlandse werknemers in Nederland in verband met een te verrichten dienst tijdelijk is, heeft verweerder zich in zijn verweerschrift echter op het standpunt gesteld dat er in dit geval geen sprake kan zijn van tijdelijkheid omdat één van de vreemdelingen heeft verklaard reeds tweeënhalf jaar aan boord van de Devotion te werken. De rechtbank is echter van oordeel dat de duur van deze periode in beginsel niet uitsluit dat er sprake is van tijdelijk verrichten van werkzaamheden in het land waar de dienst wordt verricht. Een definitieve toetreding kan op grond van het vorenoverwogene niet worden aangenomen. Evenmin bestaat er aanleiding voor de veronderstelling dat met de tewerkstelling van de vreemdelingen door Darius Plus Sro sprake is van omzeiling van de beperkingen van het vrij verkeer. De in het dossier aangetroffen stukken bieden hiervoor geen aanknopingspunten. Gelet op het voorgaande vormt de eis van een tewerkstellingsvergunning in dit geval een niet-proportionele en niet op het algemeen belang gebaseerde maatregel om de toegang van de werknemers van Darius Plus Sro tot de Nederlandse arbeidsmarkt te regelen. Voorts acht de rechtbank aannemelijk dat geen verdringing van legaal arbeidsaanbod heeft plaatsgevonden. Uit het ten tijde van belang luidende artikel 19a, aanhef en onderdeel 22, van de Uitvoeringsregels Wav, behorende bij het Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wav blijkt dat destijds ten aanzien van de tewerkstelling in de binnenscheepvaart van vreemdelingen uit onder meer Tsjechië, de verplichte toetsing aan artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Wav al achterwege diende te worden gelaten bij de beoordeling van de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning. Dit is door verweerder bevestigd. Nu het in die bepaling gaat om de toetsing van de beschikbaarheid van prioriteitgenietend aanbod, moet – anders dan verweerder aanneemt – daaruit afgeleid worden dat het tewerkstellingsvergunningvereiste in elk geval geen rechtvaardiging vindt in het algemeen belang bestaande uit het voorkomen van verdringing van legaal arbeidsaanbod.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
