ECLI:NL:RBDOR:2009:BI4164
Rechtbank Dordrecht · 03-04-2009 · zaaknummer AWB-08/555
Inhoudsindicatie
Samenvatting: Niet in geschil is dat eiser beperkingen heeft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, ten vijfde, van de Wmo. Voorts is slapen een elementair onderdeel van het voeren van een huishouding en ondervindt eiser op dit punt beperkingen in zijn zelfredzaamheid, zodat artikel 4 van de Wmo op eiser van toepassing is. Artikel 4 van de Wmo verplicht verweerster aan de in dat artikel genoemde personen voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen (onder meer) een huishouding te voeren. Met verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) van 10 december 2008 (LJN BG6612) brengt dit artikel naar het oordeel van de rechtbank met zich mee dat de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van deze personen de doeleinden zijn waarop de compensatieplicht van verweerster gericht moet zijn. Verweerster heeft door enkel te beoordelen of er sprake is van een medische noodzaak voor de gevraagde voorziening, zonder te bezien of het compensatiebeginsel verplicht tot het verstrekken van de gevraagde voorziening, een voor de beoordeling van de aanvraag onjuiste maatstaf aangelegd en aldus gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 4 van de Wmo. De rechtbank betrekt daar ook bij dat de stelling van verweerster, dat een airconditioning geen algemeen gebruikelijke voorziening is en dat om die reden beoordeeld dient te worden, in hoeverre er een levensbedreigende situatie op zou treden indien eiser niet beschikt over deze airconditioning, miskent dat de toekenning van een voorziening individueel maatwerk dient te zijn, waarbij moet worden beoordeeld of het compensatiebeginsel verplicht tot afwijking van de algemene keuzes die de Drechtraad en verweerster in dezen hebben gemaakt. Nu verweerster in de bestreden beschikking evenmin heeft vermeld hoe de genomen beschikking bijdraagt aan het behouden en het bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale maatschappelijke participatie van mensen met een beperking, is de bestreden beschikking eveneens in strijd met het bepaalde in artikel 26 van de Wmo. Nu verweerster zich heeft gebaseerd op artikel 2, eerste lid, van de Vmo, ziet de rechtbank aanleiding om op te merken dat het criterium dat een voorziening noodzakelijk dient te zijn, blijkens de bewoordingen van dit artikel terugslaat op de vraag of een voorziening ‘langdurig’ noodzakelijk is en niet bedoeld is om het criterium van de medische noodzaak te introduceren. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de toelichting van de Vereniging Nederlandse Gemeenten bij de modelverordening Wmo (toelichting van 13 juni 2006). Deze modelverordening heeft ook verweerster blijkens de vastgestelde tekst van de Vmo als uitgangspunt gekozen. Tot slot overweegt de rechtbank dat de vraag of een mobiele airconditioning de beperkingen van eiser zou kunnen compenseren en de vraag of deze mobiele airconditioning algemeen gebruikelijk is, bij de beoordeling buiten beschouwing is gelaten, nu verweerster ter comparitie van partijen nadrukkelijk heeft verklaard dat deze vraag geen onderdeel van de besluitvorming is geweest.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden
verweerster · onbekend
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
