ECLI:NL:RBDOR:2009:BI4150
Rechtbank Dordrecht · 03-04-2009 · zaaknummer AWB-08/227
Inhoudsindicatie
wettelijk kader: artikel 8, eerste lid, Wia, Artikel 3, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, van de Zw Artikel 2 en 3 van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder samenvatting: Tussen partijen staat vast de toezegging dat eiser verzekerd is, indien sprake is van een in de notulen van de aandeelhoudersvergadering vastgelegde gezagsverhouding. In de notulen van 5 januari 1998 wordt hieraan tegemoet gekomen. In het bestreden besluit heeft verweerder dan ook met zoveel woorden opgenomen dat eiser te goeder trouw is afgegaan op de mededelingen van (naam) en dat eiser als gevolg daarvan oprecht in de veronderstelling heeft verkeerd verzekerd te zijn. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij niet was overgegaan tot overname van de aandelen wanneer hij had geweten dat zijn verzekeringsplicht daarmee zou eindigen. Daarnaast is van belang dat eiser consequent premies heeft betaald ten behoeve van de door hem aangenomen verzekeringsplicht en dat hij eerder, in 2004/2005, een WW-uitkering heeft ontvangen, op grond waarvan zijn veronderstelling nog eens werd bevestigd. Hoewel beide omstandigheden afzonderlijk niet tot de aanname van een verzekeringsplicht kunnen leiden, moeten zij als onderdelen van een feitencomplex dat in hoofdzaak draait om de toezegging als gedaan op 14 november 1997 naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk leiden tot de conclusie dat eiser erop mocht vertrouwen dat voor hem onverminderd een verzekeringsplicht gold. Het mogelijke feit dat eiser bepaalde wijzigingen in de samenstelling van het bestuur van het Bedrijf niet zou hebben gemeld, brengt hierin geen verandering. De rechtbank stelt voorop dat zij niet inziet dat er in de van belang zijnde feiten en omstandigheden iets is gewijzigd. De wijzigingen waarnaar verweerder verwijst hadden dan ook niet van invloed kunnen zijn op het al dan niet bestaan van een verzekeringsplicht. Vervolgens doet de stelling van verweerder dat men als gevolg van een melding van een wijziging in de samenstelling van het bestuur wellicht alsnog tot de conclusie was gekomen dat eiser onterecht als verzekeringsplichtig werd aangemerkt, niet af aan het feit dat verweerder de verwachting heeft gewekt dat eiser verzekeringsplichtig was. Dat in de periode vanaf november 1997 nooit is geconstateerd dat eiser mogelijk op onjuiste gronden als verzekeringsplichtig is aangemerkt, behoort niet voor rekening van eiser te komen, maar is toe te schrijven aan verweerders handelen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
