ECLI:NL:RBDOR:2009:BI1644
Rechtbank Dordrecht · 20-04-2009 · zaaknummer 11/712950-07
Inhoudsindicatie
De raadsman heeft aangevoerd dat in deze zaak tot een voorwaardelijk sepot is besloten, waarvan onduidelijk is of het nu ten laste gelegde feit 1 (schending geheimhoudingsplicht) daarvan deel uitmaakt, hetgeen hem, bij gebrek aan wetenschap anderszins, doet concluderen tot niet ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat voornoemd sepot een zaak betrof met een parketnummer dat eindigt op -06. De politierechter leidt daaruit af dat het nu ten laste gelegde feit 1 daarvan geen bestanddeel kan zijn geweest, omdat bij dit feit een parketnummer hoort dat eindigt op -07 en overigens de inleidende aangifte dateert van april 2007. Verdachte heeft betoogd dat de informatie die hij aan de collega-psycholoog heeft verstrekt mededelingen van aangeefster betroffen, die hem pas na beëindiging van de behandelrelatie ter ore zijn gekomen en voorts geen deel uitmaakten van het medisch dossier en/of geen doel dienden in de behandeling zoals die was overeengekomen. Dat, zoals verdachte betoogt, alleen die informatie geheim is, die is opgenomen in het medisch dossier blijkt niet uit de beroepscode van het Nederlands Instituut van Psychologen 1998-2007, welke de politierechter als referentiekader hanteert voor beoordeling van de vraag of verdachte het onder 1 ten laste gelegde (schending van een geheimhoudingsplicht) heeft begaan. Dit verweer van verdachte verwerpt de politierechter dan ook. Verdachte heeft niet gesteld, noch is aannemelijk geworden dat sprake is geweest van een acute situatie als bedoeld in artikel III 2.4.3. van genoemde beroepscode. Voor zover verdachte heeft willen aanvoeren dat hij niet aan geheimhouding was gebonden, omdat aangeefster hem toestemming heeft gegeven die te doorbreken en/of hij tevoren haar zijn besluit daartoe heeft voorgelegd, strijdt dat met de verklaring van aangeefster, die dat ontkent, en overigens ook met de verklaring van de collega-psycholoog. De conclusie uit het voorgaande is dat verdachte in zijn contact met de opvolgend psycholoog zijn geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Datzelfde geldt ook, en nog sterker, ten aanzien van de informatie over aangeefster die verdachte in e-mailcontacten aan een andere cliënte heeft verstrekt. Daarvoor kan in de beroepscode geen rechtvaardigingsgrond worden gevonden en verdachte heeft overigens ook geen verweer in die richting geuit. Met betrekking tot de bedreiging die verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd, heeft hij verklaard dat hij aangeefster inderdaad heeft gebeld omdat haar zoontje zijn zoontje had gemolesteerd, dat hij erg emotioneel was, heeft geëist dat zij binnen een uur met haar zoontje excuses moest komen aanbieden en als zij niet zou komen dat hij dan zelf naar het plein zou komen en haar zoontje zelf wel onder handen zou nemen. Hij weet dat hij heel bedreigend is overgekomen, maar ontkent de bewoordingen zoals in de tenlastelegging opgenomen te hebben gebruikt.
Rechters
Advocaten
- E.N. Bouwman
- J.A. Veldkamp
- T.K.A.B. Eskes
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
