Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2007:BC1147

Rechtbank Dordrecht · 21-12-2007 · zaaknummer AWB 07/426

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser is een vergunning verleend voor het samenvoegen van twee woonruimten onder de voorwaarde dat hij een compensatie van € 5000,- betaalt voor onttrekking van woonruimte. Eiser meent dat hem ten onrechte geen vrijstelling van het compensatiebedrag is verleend. Verweerder is ingevolge artikel 3.1.5, derde lid, aanhef en sub a, van de verordening bevoegd tot verlening van vrijstelling van compensatie indien, voor zover hier van belang, is voldaan aan de voorwaarde dat de eigenaar-bewoner een investering doet voor noodzakelijk bouwkundig herstel aan het casco. Tussen partijen is in geschil of de door eiser uitgevoerde werkzaamheden als zodanig kunnen worden aangemerkt. Volgens de door verweerder ter zitting gegeven uitleg wordt met de term ‘bouwkundig herstel aan het casco’ ieder vakkundig uitgevoerd onderhoud aan de draagconstructie van de woning bedoeld. De rechtbank acht deze opvatting niet onjuist en evenmin het nadere standpunt van verweerder, dat de werkzaamheden aan kozijnen als door eiser uitgevoerd hieronder kunnen worden begrepen. Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich echter ten onrechte op het standpunt, dat dit onderhoud niet noodzakelijk was als bedoeld in artikel 3.15, derde lid, aanhef en onder a, van de verordening. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft verweerder gewezen op de resultaten van het eindrapport Monitoringsplan van 29 mei 2007 waarin is geconcludeerd dat het treffen van funderingstechnische voorzieningen op de langere termijn, binnen een termijn van 20 jaar, noodzakelijk zal zijn. Bij een zodanige lange termijn kan niet meer worden gesteld dat het door eiser inmiddels uitgevoerde onderhoud niet noodzakelijk zou zijn. De rechtbank is mitsdien van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser niet op grond van artikel 3.1.5, derde lid, aanhef en sub a, van de verordening in aanmerking komt voor verlening van vrijstelling van het compensatiebedrag. Het beroep is gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.