Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB7180

Rechtbank Dordrecht · 19-10-2007 · zaaknummer Awb 06/625

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres ontvangt sedert 1 januari 1997 een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande ouder. Op 7 juli 2005 is eiseres op het vliegveld Schiphol door de beveiliging aangehouden omdat zij in haar panty op haar bovenbeen een bedrag van € 45.000,- had verstopt. Volgens het ambtsedig opgemaakt en door eiseres ondertekende procesverbaal van verhoor van 7 juli 2005 heeft eiseres verklaard dat zij sedert 2001 een bedrag van in totaal € 30.000,- van haar schoonvader, die tevens haar directe oom is, heeft ontvangen ten behoeve van haar zoon. Voorts heeft eiseres verklaard dat zij het geld steeds thuis heeft bewaard. De overige € 15.000,- behoort volgens eiseres toe aan haar zuster. Tenslotte heeft eiseres verklaard dat zij het totale bedrag ad € 45.000,- op de bank in Turkije wilde storten. Vaststaat dat eiseres op 7 juli 2005 de beschikking had over een bedrag van € 45.000,-. Dit vermogen overschrijdt de toepasselijke grens van het vrij te laten vermogen. Niet is gebleken dat eiseres verweerder in het kader van de bijstandsverlening over dit vermogen heeft geïnformeerd. Eiseres heeft de op haar rustende inlichtingenplicht ingevolge artikel 65, eerste lid, van de Abw (vanaf 1 januari 2005: artikel 17, eerste lid, van de WWB) geschonden. Gezien de duidelijke vraagstelling hieromtrent op het rechtmatigheidsonderzoeksformulier en vanaf 1 januari 2005 op het wijzigingsformulier kan de rechtbank eiseres niet volgen in haar stelling dat zij niet kon weten dat zij het tijdelijk bezit van contant geld -een voor het voortduren van het recht op bijstand relevant gegeven- had moeten melden. Het is aan eiseres om feiten te stellen en, zo nodig, te bewijzen waaruit kan worden afgeleid dat aan haar ook als zij haar verplichting tot het geven van inlichtingen wel naar behoren zou zijn, nagekomen, volledige bijstand over die periode zou zijn verstrekt. Ter ondersteuning van haar stellingname dat het desbetreffende geldbedrag gedurende langere tijd in het bezit is geweest van haar ex-echtgenoot en dientengevolge het vermogen van eiseres in de in het geding zijnde periode nimmer boven het vrij te laten vermogen is gekomen heeft eiseres een aantal verklaringen in het geding gebracht. Objectieve verifieerbare stukken die deze verklaringen ondersteunen of tenminste aannemelijk maken ontbreken. Nu op basis van de door eiseres aangeleverde informatie niet kan worden onderzocht of en in hoeverre eiseres recht heeft op (aanvullende) bijstand over de perioden dat zij niet zou beschikken over een te hoog vermogen, heeft verweerder terecht vastgesteld dat eiseres is te kort geschoten in haar wettelijke plicht tot het geven van juiste en volledige inlichtingen als gevolg waarvan het recht op bijstand over de periode 1 januari 2002 tot en met 6 juli 2005 niet kan worden vastgesteld. Verweerder is op grond daarvan in beginsel bevoegd met toepassing van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB tot herziening van het recht op uitkering over te gaan over de periode van 1 januari 2002 tot en met 6 juli 2005. In hetgeen eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder bij de afweging van de hierbij rechtstreeks betrokken belangen niet in redelijkheid tot herziening van het recht op bijstand heeft kunnen besluiten. Uit het vorenstaande vloeit tevens voort dat aan de voorwaarden voor terugvordering op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB is voldaan, zodat verweerder bevoegd was om tot terugvordering van de gemaakte kosten van bijstand over te gaan. Van dringende reden om van terugvordering af te zien is niet gebleken. Voor zover eiseres zich in dit verband beroept zich op verklaringen van haar behandelend psychiater, geldt dat deze verklaringen betrekking hebben op een periode gelegen na de hier van belang zijnde periode, zodat verweerder deze niet in zijn beoordeling behoefde te betrekken.

Advocaten

  • A. Barth

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.