Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2007:BA9588

Rechtbank Dordrecht · 28-06-2007 · zaaknummer AWB 07/378, AWB 07/451 en AWB 07/452

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzoekers hebben verzocht om een voorlopige voorziening ten aanzien van een besluit tot weigering van bouwvergunningen, een besluit tot intrekking van een verleende bouwvergunning alsmede een handhavingbesluit. De enkele weigering van bouwvergunningen voor reeds gerealiseerde bouwwerken heeft niet tot gevolg dat die bouwwerken moeten worden verwijderd. Uit die enkele weigering vloeit dus geen spoedeisend belang voort als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb. Het gestelde belang bij een voorziening vanwege de gestelde financieringsproblemen van verzoeker is geen rechtens in het kader van de Awb te honoreren belang, nu een dergelijke voorziening zou neerkomen op een voorlopige verklaring voor recht. Afwijzing verzoek. Ten aanzien van de bij de ingetrokken bouwvergunning op het voorperceel vergunde gebouwen is gesteld noch gebleken dat verzoekers deze op korte termijn willen realiseren. Bovendien strekt de schorsing van de intrekking van een bouwvergunning ertoe dat mag worden gebouwd. Een dergelijke voorziening valt in beginsel buiten het kader van artikel 8:81 van de Awb vanwege het onomkeerbare karakter ervan. Ten aanzien van het achterperceel ziet de ingetrokken bouwvergunning op omheiningen, die volgens partijen bij de ingetrokken bouwvergunning zijn vergund en die volgens verzoekers ook zijn gerealiseerd. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter valt echter niet in te zien dat de realisering van kooien voor roofvogels gelijk kan worden gesteld aan het realiseren van omheiningen, ook niet indien die kooien tevens de functie hebben van omheining van het perceel of gedeelten daarvan. Daaraan doet niet af dat verweerder volgens verzoekers had moeten begrijpen dat voor het kweken van vogels kooien nodig zijn, nu het aan verzoekers was om expliciet voor dat doel bouwvergunning te vragen. Mitsdien geen spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening inzake de ingetrokken bouwvergunning voor zover deze ziet op het achterperceel. Dit zou wellicht anders zijn indien er ook omheiningen zouden zijn gebouwd die geacht kunnen worden onder de verleende bouwvergunning te zijn vergund, maar dat is gesteld noch gebleken. Afwijzing verzoek. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voor de bouwwerken waarop het handhavingbesluit ziet een bouwvergunning vereist, zodat, nu verzoekers daarover niet beschikken, verweerder bevoegd is handhavend op te treden. Volgens verweerder heeft het achterperceel, waarop deze bouwwerken zijn gerealiseerd, deels de bestemming natuurgebied en deels de bestemming natuurgebied, met de subbestemming bos. Daaraan kan niet afdoen de enkele – niet door een deskundigenadvies onderbouwde – stelling van verzoekers dat verweerder het perceel verkeerd lokaliseert en dat niet alleen op het voorperceel de bestemming agrarische doeleinden zou rusten, maar ook op het achterperceel. Dit geldt temeer nu verweerder zijn standpunt ter zitting door middel van een vergelijking van de kadastrale kaart en de bestemmingsplankaart genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt. Ingevolge de planvoorschriften mag op gronden met de bestemming natuurgebied (subbestemming bos) niet worden gebouwd. Legalisatie van de bouwwerken is dus in beginsel enkel mogelijk door middel van verlening van vrijstelling ex artikel 19 van de WRO. Verzoekers zijn niet of nauwelijks gemotiveerd ingegaan op verweerders standpunt dat vrijstelling, gelet op de geldende bestemming en het gemeentelijk en provinciaal beleid ten aanzien van natuur en landschap, niet wenselijk is. Evenmin hebben verzoekers aannemelijk gemaakt dat door verweerder toezeggingen zijn gedaan waaraan zij het in rechte te honoreren vertrouwen mochten ontlenen dat verweerder zou meewerken aan legalisatie. Verzoekers hebben dan ook geen twijfel kunnen wekken aan de rechtmatigheid van het handhavingbesluit. Gelet daarop kan de door verzoekers gestelde schade als gevolg van de uitvoering van dit besluit in beginsel niet afdoen aan het algemeen belang bij de onmiddellijke uitvoering van dit besluit. Overigens hebben verzoekers hun gestelde financiële schade ook niet met objectieve gegevens onderbouwd. Afwijzing verzoek.

Advocaten

  • J.G.G. Wilgers

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Stichting Lingebloei

    verzoekster · bedrijf

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leerdam

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leerdam

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.