ECLI:NL:RBDOR:2007:BA7496
Rechtbank Dordrecht · 11-05-2007 · zaaknummer AWB 07/155
Inhoudsindicatie
Gelet op de MvT bij art. 3,2,a, Wet BIBOB acht de rechtbank het standpunt van het Bureau BIBOB dat het om te kunnen concluderen tot ernstig gevaar, niet noodzakelijk of relevant is dat ten aanzien van de in de registraties vermelde feiten opsporingsonderzoek of strafrechtelijke vervolging heeft plaatsgevonden, onjuist. De enkele door het Bureau BIBOB als betrouwbaar gekwalificeerde registratie in het register zware criminaliteit overtuigt niet van een ernstig vermoeden van ernstig gevaar als bedoeld in art. 3, 1, a, Wet BIBOB. Een dergelijke registratie kan een belangrijke onderbouwing vormen voor het oordeel over de ernst van een vermoeden van ernstig gevaar, maar niet dan in relatie tot veroordelingen of transacties dan wel opsporings- en vervolgingsacties die in hetzelfde vlak liggen als de feiten volgens de registratie. Gelet op de MvT bij art. 3,4, c Wet BIBOb ziet deze bepaling op een samenwerkingsverband tussen de aanvrager van de vergunning met een persoon met justitiële of politiële antecedenten, waarbij het samenwerkingsverband als zodanig voordeel kan ontlenen aan de toekenning van de vergunning. Naar het oordeel van de rechtbank achten verweerders, afgaande op de door het Bureau BIBOB aangedragen en gewaardeerde gegevens, ten onrechte een samenwerkingsverband tussen eisers en hun vader X voldoende aannemelijk. Ook hier geldt dat die samenwerking in hoofdzaak steunt op een door het Bureau BIBOB als betrouwbaar gekwalificeerde registratie in het register zware criminaliteit, waarbij geen inzage bestaat in de onderliggende broninformatie en de op basis van deze informatie gegeven kwalificatie niet kan worden geverifieerd, terwijl de overigens genoemde feiten het bestaan van een samenwerking ten tijde van de vergunningaanvragen onvoldoende aannemelijk maken. Beide feiten die verweerders als hoofdzakelijk redengevend ten grondslag hebben gelegd aan hun conclusie dat er sprake is van ernstig gevaar kunnen, anders dan verweerders betogen, zelfstandig noch in samenhang bezien overtuigen van een ernstig vermoeden van ernstig gevaar. De overige bevindingen die verweerders aan hun conclusie van ernstig gevaar ten grondslag hebben gelegd kunnen volgens verweerders zelf niet zelfstandig overtuigen van een ernstig vermoeden van ernstig gevaar. Onder die omstandigheden kan het in samenhang bezien van alle aangevoerde feiten en omstandigheden evenmin voldoende overtuigen van ernstig gevaar. Gelet daarop kunnen die overige bevindingen verder buiten de beoordeling blijven en komt de rechtbank tot het oordeel dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
