ECLI:NL:RBDOR:2007:BA3067
Rechtbank Dordrecht · 16-03-2007 · zaaknummer AWB 06/608
Inhoudsindicatie
Eiseresses stelling dat haar geen verwijt kan worden gemaakt van de adresdiscrepantie omdat zij onder gezag stond van Jeugdzorg en in een jongerenhuis woonde waar slordig met de post werd omgegaan, waardoor de bewuste brief waarschijnlijk ongelezen bij het oud papier terecht is gekomen, is onvoldoende om te concluderen dat haar geen verwijt kan worden gemaakt. De term “redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt” in artikel 1.5, tweede lid van de Wsf 2000 omvat namelijk niet alleen gedrag van eiseres zelf maar ook verwijtbaar gedrag van derden, als de gevolgen daarvan in redelijkheid voor risico behoren te komen van eiseres. Daarvan is in dit geval sprake, omdat eiseres had kunnen kiezen, en dat later ook heeft gedaan, voor een postadres bij haar pleegouders. Immers, wie op kamers gaat wonen en te maken krijgt met een collectief gebruikte brievenbus kan dit soort situaties niet geheel uitsluiten.
Rechters
Advocaten
- M.C. Kwakkelstein-Doornbos
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
