ECLI:NL:RBDOR:2002:AD9759
Rechtbank Dordrecht · 11-01-2002 · zaaknummer Awb 01/812
Inhoudsindicatie
1. Geen onderscheid tussen documenten met tijdelijke openbaarheid en voortdurende openbaarheid. 2. Openbaarmaking van zogenoemde blauwe brieven (correspondentie tussen bewindslieden onderling) kan niet categorisch worden geweigerd. Verzoek om openbaarmaking van stukken inzake de tabaksindustrie en de tabaksconsumptie, waaronder die ten aanzien van investeringsregelingen, voorraadfinanciering en het (ontwerp)besluit teergehalte in sigaretten. De rechtbank kan verweerder niet volgen in het betoog, dat onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds documenten met een tijdelijke openbaarheid, bijvoorbeeld stukken die enige tijd ter inzage hebben gelegen, die na de periode van ter inzagelegging niet langer openbaar moeten worden geacht, en anderzijds documenten met een voortdurende openbaarheid, bijvoorbeeld stukken die te allen tijde voor een ieder opvraagbaar zijn. Als een document eenmaal openbaar is gemaakt, bijvoorbeeld door ter inzagelegging, behoudt het deze status, met dien verstande dat deze feitelijke openbaarheid een bestuursorgaan niet kan dwingen absoluut geformuleerde weigeringsgronden uit de Wob opzij te zetten. Indien en voor zover feitelijk openbare documenten in de in geding zijnde dossiers derhalve vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten, kan verweerder niet gehouden worden deze gegevens naar aanleiding van een Wob-verzoek openbaar te maken. Indien en voor zover de openbaarmaking van deze documenten op grond van de Wob kan worden geweigerd omdat er sprake is van een relatief geformuleerde weigeringsgrond, waarbij verweerder steeds een afweging dient te maken tussen het met deze weigeringsgrond gediende belang en dat van openbaarmaking, dient de feitelijke openbaarheid ertoe te leiden dat het belang van openbaarheid in beginsel de doorslag geeft. Verweerder heeft op grond van art. 11.1 en 11.2 Wob en art. 10.2.g Wob geweigerd de zich in dit dossier bevindende correspondentie tussen bewindslieden onderling, vervat in zogenaamde blauwe brieven, openbaar te maken. De rechtbank onderkent dat blauwe brieven interne documenten zijn met een aparte status. Verweerders uitleg van het begrip persoonlijke beleidsopvatting strookt echter niet met de in art. 1.f Wob opgenomen definitie van dit begrip. Voorts geldt dat de door verweerder voorgestane benadering ertoe leidt dat de tweede, voor weigering van openbaarmaking van een intern document noodzakelijke stap - de beoordeling of er sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen - hetzij wordt overgeslagen hetzij zinledig wordt bij een bepaalde categorie interne documenten. Verweerder heeft gesteld dat openbaarmaking van de persoonlijke beleidsopvattingen in de blauwe brieven afbreuk zou doen aan de efficiëntie van het bestuur, aangezien daardoor vertrouwelijke communicatie tussen bewindspersonen in het vervolg niet meer schriftelijk zou kunnen plaatsvinden. Deze motivering is niet toereikend voor weigering van openbaarmaking van de blauwe brief van 18 mei 1984, reeds omdat zij slechts een mededeling van feitelijke aard bevat. Het belang van de mogelijkheid voor bewindspersonen om in alle vrijheid en openheid vertrouwelijk met elkaar te kunnen communiceren, bijvoorbeeld bij wege van blauwe brieven, is zwaarwegend en dient de efficiëntie van het bestuur. In veel gevallen zal in redelijkheid kunnen worden geoordeeld dat het belang van openbaarmaking van blauwe brieven niet opweegt tegen het belang van voorkoming van onevenredige benadeling. Het voorgaande kan ook opgaan voor blauwe brieven zonder persoonlijke beleidsopvattingen, waarvan openbaarmaking niet reeds op grond van art. 11.1 Wob kan worden geweigerd. Dit zal in het bijzonder het geval kunnen zijn indien de blauwe brief in kwestie een toonzetting heeft die als vertrouwelijk, wellicht persoonlijk getint, kan worden gekarakteriseerd. Het zwaarwegende belang van de mogelijkheid voor bewindspersonen om in alle vrijheid en openheid vertrouwelijk met elkaar te kunnen communiceren en de meergenoemde aparte status van blauwe brieven kunnen er echter niet toe leiden dat openbaarmaking van dit soort documenten categorisch wordt geweigerd, ongeacht de inhoud ervan. Vernietiging wegens motiveringsgebrek. De Minister van Economische Zaken, verweerder. mrs. L. de Loor-Alwin, E.C.R. Schut, B.M. van Dun
Rechters
Advocaten
- E.J. Daalder
- E.J. de Bruijn
- T.S.C. Mast
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Economische Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Economische Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
