Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBDOR:2000:AA6104

Rechtbank Dordrecht · 17-03-2000 · zaaknummer AWB 98/175

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In aansluiting met strafrecht dient voor betrokkene de gunstigste bepaling (i.c. nieuw art. 71a WAO) te worden toegepast. . . Eiseres heeft (voorlopig) reïntegratieplan na het verstrijken van de daartoe in art. 71a WAO gestelde termijn ingezonden. Derhalve heeft verweerder volgens 71a.2 (oud) WAO een boete ad fl. 1.000,- opgelegd. Rb.: Uit de jurisprudentie van de CRvB is af te leiden dat, in geval van wijziging van het wettelijk regime in de loop van een procedure, uitgangspunt is dat het recht zoals dat luidde t.t.v. de in geding zijnde gedraging van toepassing blijft, indien niet is voorzien in overgangsrecht. Naar het oordeel van de Rb. moet van dit uitgangspunt worden afgeweken in gevallen waarin het opleggen van een punitieve sanctie aan de orde is en de regelgeving is gewijzigd ten gunste van de overtreder. Alsdan dient in aansluiting op het strafrecht de voor betrokkene gunstigste bepaling te worden toegepast, indien die verandering berust op een veranderd inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van het feit die tot uitdrukking komt in de omschrijving van het strafbare feit of in een verlaging van het strafmaximum. I.c. liet art. 71a WAO verweerder t.t.v. het bestreden besluit ruimte voor het opleggen van een lagere boete dan f 1000,--. Voorts bestaat sinds 1 september 1997 blijkens het Besluit minimumeisen reïntegratieplan 1997 voor werkgevers de mogelijkheid om een voor hen minder bewerkelijk voorlopig reïntegratieplan in te dienen. Deze wijzigingen in de regelgeving vloeien voort uit de wens om rekening te kunnen houden met de mate van verwijtbaarheid en de ernst van het verzuim in individuele gevallen, respectievelijk uit de tussen vertegenwoordigers van werkgevers en de uitvoeringsinstellingen bereikte overeenstemming over een efficiëntere wijze van Informatieverstrekking. I.c. is verweerder ten onrechte uitgegaan van het recht zoals dat gold op het moment van de overtreding van de indieningstermijn. Beroep gegrond. Landelijk instituut sociale verzekeringen, verweerder. mr. B.M. van Dun mr. M. Hillen mr. H.T.J.F. Verhappen

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.