ECLI:NL:RBDHA:2026:9562
Rechtbank Den Haag · 21-04-2026 · zaaknummer 24/10160
Inhoudsindicatie
Eiser is werkzaam bij [onderdeel] van de Koninklijke Marechaussee. Daarbij is hij meermaals tijdelijk tewerkgesteld bij het ministerie van Buitenlandse Zaken om hoog risico vertegenwoordigingen in het buitenland te beveiligen/ondersteunen. Eiser heeft gevraagd om deze inzet mee te laten tellen voor de opbouw van inverdientijd zodat hij op een eerder moment met leeftijdsontslag kan gaan. De rechtbank is van oordeel dat eiser kan inverdienen ingevolge artikel 39c, tweede lid, aanhef en onder c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement. Uit de omschrijving hoe de werkzaamheden er feitelijk aan toe gaan blijkt dat sprake is van omstandigheden waarbij toepassing van de beschermende bepalingen van de Arbeidstijdenwet en hoofdstuk 7 van het Amar niet goed samen gaat met een goede uitoefening van defensietaken.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Defensie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Defensie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
