ECLI:NL:RBDHA:2026:6632
Rechtbank Den Haag · 11-03-2026 · zaaknummer NL24.44116
Inhoudsindicatie
Samenvatting: Eiseres heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning op basis van artikel 8 van het EVRM ingediend. De minister heeft vervolgens aan eiseres ambtshalve een verblijfsvergunning voor ‘medische behandeling’ verleend en zich op het standpunt gesteld dat omdat eiseres in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning voor medische behandeling, verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM niet meer aan de orde is. De rechtbank volgt eiseres dat de toetsingsvolgorde die de minister heeft aangehouden niet in lijn is met de toetsingssystematiek van het Vb. Verder kan het ook niet zo zijn dat de minister de inhoudelijke beoordeling van de specifieke aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 8 van het EVRM kan omzeilen door verlening van een tijdelijke medische verblijfsvergunning.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
