ECLI:NL:RBDHA:2026:6630
Rechtbank Den Haag · 13-03-2026 · zaaknummer AWB 26/2656
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening, toegewezen. De minister heeft de LVV-opvang van verzoeker beëindigd. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat de minister had dienen te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor verzoeker, die als kwetsbaar moet worden gezien nu de gemeente Amsterdam hem feitelijk opvang bleef verlenen, indien de opvang wordt beëindigd. Omdat het recente verleden heeft laten zien dat verzoeker het in zijn eentje op straat niet redt, is het namelijk een kwestie van tijd voordat verzoeker weer tijdelijke opvang zal moeten worden geboden om verdere achteruitgang tijdelijk tegen te gaan. Waarna verzoeker weer alleen op straat komt te staan et cetera, et cetera. De voorzieningenrechter ziet de situatie waar verzoeker in verkeert aldus als een vicieuze cirkel, waarbij de vraag zich aandringt of daarmee geen sprake is van een onmenselijke behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Verzoeker heeft in ieder geval groot belang bij het verlaten van deze cirkel en de voorzieningenrechter stelt vast dat de minister daarin tot op heden geen verantwoordelijkheid neemt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
