ECLI:NL:RBDHA:2026:6446
Rechtbank Den Haag · 28-01-2026 · zaaknummer NL25.42233 (beroep) en NLL25.42234 (voorlopige voorziening)
Inhoudsindicatie
De minister kon niet zonder meer tot de conclusie komen dat de door eiser gestelde vrees voor vervolging door de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Irak niet aannemelijk is omdat de PKK is opgeheven. Voorts kon de minister niet zonder nader onderzoek en motivering de Koerdische Autonome Regio (KAR) en in het bijzonder het tentenkamp in [plaats 1] als een normale woon- en verblijfplaats aanmerken waar eiser naartoe kan terugkeren in Irak. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister aan eiser, die een geldige Griekse vluchtelingenstatus heeft, geen terugkeerbesluit naar Irak kon uitvaardigen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
