ECLI:NL:RBDHA:2026:5894
Rechtbank Den Haag · 02-03-2026 · zaaknummer NL25.21903
Inhoudsindicatie
Aanvraag vergunning medische behandeling; toepassing artikel 64 Vw; tegenwerping artikel 1F Vv; evenredigheid; artikel 4:84 Awb. Uit de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 29 november 2024 (ECLI:NL:RBLIM:2024:8752) en de daarin vermelde jurisprudentie en het vermelde analoog toegepaste beleid van verweerder in asielzaken , volgt dat verweerder ook bij de beoordeling van een reguliere verblijfsvergunning op medische gronden in het kader van artikel 4:84 van de Awb beoordeelt of de medische problematiek van de betrokkene zich duurzaam verzet tegen zijn uitzetting en of het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat in het kader van de beoordeling van artikel 4:84 van de Awb een beoordeling van de duurzaamheid van het medische artikel 3 EVRM-beletsel en de proportionaliteit van het blijvend onthouden van een verblijfsvergunning heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft verweerder in het bestreden besluit in zijn belangenafweging als belang aan de zijde van eiser enkel benoemd dat aan eiser uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 van de Vw, maar eisers specifieke individuele omstandigheden niet kenbaar betrokken. Zo wordt niet ingegaan op eisers verblijf op een gesloten afdeling van een verpleeghuis vanwege gevorderde dementie en de verwachting dat hij daar wegens een steeds verder verslechterende gezondheidssituatie tot aan zijn overlijden zal verblijven. Evenmin zijn eisers persoonlijke en gezinsomstandigheden zoals concreet vermeld in bezwaar in onder meer het bezwaarschrift van de Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht, kenbaar betrokken. Deze omstandigheden heeft eiser op de zitting nader toegelicht door aan te voeren dat de COa-verstrekking die hij krijgt zeer marginaal is en dat hij verder geen enkele uitkering (zoals AOW) krijgt en door zijn kinderen wordt onderhouden. Ook op de zitting is verweerder onvoldoende op eisers specifieke individuele omstandigheden ingegaan. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft verweerder het besluit voor wat betreft de evenredigheidstoets/belangenafweging onzorgvuldig genomen en is het besluit op dit punt ook onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank is het bovendien met eiser eens dat verweerder met het oog op een zorgvuldige beoordeling van de evenredigheid niet heeft kunnen afzien van het horen van eiser, althans zijn gezinsleden, over eisers situatie en belangen. Daar komt bij dat eiser in beroep een brief van de arts ouderengeneeskunde van 23 september 2025 heeft overgelegd, waarin is vermeld dat de (lichamelijke en psychische) gezondheid van eiser lijdt onder de aanvraag en dat zijn klachten jaarlijks verergeren ten tijde van de jaarlijkse toetsing van zijn verblijfsstatus. Verweerder heeft in reactie hierop op de zitting enkel zonder motivering herhaald dat een jaarlijkse toetsing voor eiser niet onevenredig belastend is. Die reactie vindt de rechtbank onvoldoende. De beroepsgronden van eiser ten aanzien van de evenredigheid/belangenafweging en de hoorplicht, slagen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
