ECLI:NL:RBDHA:2026:5744
Rechtbank Den Haag · 05-03-2026 · zaaknummer NL24.14165
Inhoudsindicatie
Turkse Associatierecht; artikel 6, eerste lid, van Besluit 1/80. In het arrest van 10 januari 2006 inzake Sedef (C-230/03, JV 2006/91) heeft het Hof geoordeeld dat de rechten inzake het verrichten van arbeid en in correlatie daarmee de rechten van verblijf die in de drie streepjes van artikel 6, eerste lid, van Besluit 1/80 aan Turkse werknemers worden verleend, geleidelijk meer inhoud krijgen naarmate langduriger legaal arbeid is verricht, en de positie van de betrokkenen in de lidstaat van ontvangst steeds verder verstevigen. Volgens het Hof blijkt uit de bewoordingen van de drie streepjes van artikel 6, lid 1, van Besluit 1/80 dat de rechten waarop de Turkse werknemers zich op grond van deze bepalingen kunnen beroepen, variëren en dat daaraan voorwaarden zijn gesteld die verschillen naar gelang van de duur van het tijdvak waarin de belanghebbende in de lidstaat van ontvangst legale arbeid heeft verricht. De rechtbank overweegt dat uit voormelde jurisprudentie volgt dat een Turkse werknemer eerst vrij kan zijn op de arbeidsmarkt nadat hij achtereenvolgens aan de voorwaarden van de drie streepjes van artikel 6, eerste lid, van Besluit 1/80 heeft voldaan. Dit betekent dus dat een Turkse werknemer die binnen drie jaar van werkgever wisselt inderdaad, zoals verweerder stelt, geen rechten kan ontlenen aan het tweede en derde streepje van artikel 6, eerste lid, van Besluit 1/80, ook al heeft de betrokkene meer dan drie jaar legale arbeid verricht. De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van het bestreden besluit (4 maart 2024) nog niet drie jaar bij dezelfde werkgever werkte, nu hij op 16 mei 2022 bij deze werkgever (eerst Hillebrand Gori Benelux B.V., later D.H.L. Global Forwarding B.V) is gestart. Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet voldoet aan artikel 6, eerste lid, tweede en derde streepje, van Besluit 1/80. De beroepsgrond over artikel 6 van Besluit 1/80 slaagt niet. Eiser kan evenmin een geslaagd beroep doen op artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wav. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
