ECLI:NL:RBDHA:2026:5203
Rechtbank Den Haag · 10-02-2026 · zaaknummer SGR 24/6583
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting, stakingswinst bij inbreng onderneming in B.V., inbrengwaarde dierenartspraktijk. De rechtbank oordeelt dat voor de waardebepaling op het inbrengmoment moet worden aangehaakt bij het eerdere hogere bod van ruim € 3.000.000 van een private-equity-partij; daaruit blijkt dat de hoogstbiedende gegadigde bij verkoop onder de meest gunstige omstandigheden een prijs zou hebben betaald in de ordegrootte van dat bod. De door eiser aan de inbreng ten grondslag gelegde veel lagere ondernemingswaarde van zo’n € 500.000 - gebaseerd op de zogenoemde multiple methode - is veel te laag en niet verdedigbaar. Nu eiser bewust is uitgegaan van een veel te lage inbrengwaarde, is niet de vereiste aangifte gedaan en is sprake van omkering en verzwaring van de bewijslast. Eiser doet niet blijken dat de inbrengwaarde lager is. De rechtbank vermindert de aanslag wel, omdat deze berust op een te hoge (onredelijke) schatting door verweerder van de inbrengwaarde. (Beroep gegrond.)
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de Belastingdienst
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Belastingdienst
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
