ECLI:NL:RBDHA:2026:4119
Rechtbank Den Haag · 02-03-2026 · zaaknummer NL25.60162
Inhoudsindicatie
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven, omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij ongeloofwaardig heeft geacht dat de ex-partner van eiseres voor de CICPC werkte. De minister heeft ook niet voldoende gemotiveerd waarom de vrees van eiseres voor haar ex-partner, mede gelet op de artikelen 61 en 3 van het Verdrag van Istanbul3, niet aannemelijk is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
