ECLI:NL:RBDHA:2026:3626
Rechtbank Den Haag · 19-02-2026 · zaaknummer NL25.29729 en NL25.29731
Inhoudsindicatie
In deze verwijzingsuitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat aanleiding bestaat prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie. Deze vragen gaan over de uitleg van het arrest QY en de reikwijdte van de daarin genoemde verplichting van lidstaten om bij het beoordelen van een verzoek om internationale bescherming (in Nederland: asiel) ‘ten volle’ rekening te houden met een eerdere inwilligende beslissing op een dergelijk verzoek van dezelfde persoon door de autoriteiten van een andere lidstaat en de elementen die die beslissing ondersteunen. Daarnaast stelt de rechtbank prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van het uitvaardigen van een terugkeerbesluit naar het land van herkomst aan een vreemdeling die in een andere lidstaat internationale bescherming geniet met die beschermde status.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
