ECLI:NL:RBDHA:2026:3103
Rechtbank Den Haag · 26-01-2026 · zaaknummer NL26.2333
Inhoudsindicatie
Verzoeker heeft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend (hangende bezwaar), omdat zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is ingetrokken. De minister heeft dat gedaan, omdat verzoeker meerdere keren onherroepelijk is veroordeeld door de strafrechter voor een misdrijf. Ook heeft de minister besloten dat verzoeker Nederland direct moet verlaten. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister en een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, in die zin dat verzoeker Nederland niet hoeft te verlaten tot vier weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat het belang van verzoeker zwaarder weegt dan het belang van de minister. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoeker meer dan 36 jaar in Nederland verblijft, zijn persoonlijke omstandigheden nog niet volledig in beeld zijn, verzoeker nu een woonruimte heeft bij het Leger des Heils, aangemeld is voor een doo
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
