ECLI:NL:RBDHA:2026:2989
Rechtbank Den Haag · 30-01-2026 · zaaknummer NL25.32593
Inhoudsindicatie
De minister heeft de aanvraag voor verblijf bij zoon mogen afwijzen. De belangenafweging in het kader van 8 EVRM is niet ten onrechte in het nadeel van eiseres uitgevallen. Hierbij heeft de minister betekenis mogen toekennen aan de omstandigheid dat het een eerste toelating betreft en er geen objectieve of subjectieve belemmering bestaan om het gezinsleven elders uit te oefenen. Verder heeft de minister het economisch belang van de staat mogen meewegen, met name de verwachte druk op de gezondheidszorg. Het is ook een bewuste keus van de minister geweest om het ouderenbeleid af te schaffen en een terughoudender gezinsmigratiepolitiek te voeren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
