ECLI:NL:RBDHA:2026:2949
Rechtbank Den Haag · 13-02-2026 · zaaknummer NL23.8670
Inhoudsindicatie
Asiel Uganda / seksuele geaardheid / beroep gegrond. Eiseres heeft op 17 mei 2019 een asielaanvraag ingediend. De rechtbank doet heden, zes jaar en 10 maanden later, uitspraak op het besluit dat betrekking heeft op deze -eerste en enige- aanvraag. Dit buitengewoon aanzienlijke tijdsverloop is niet te wijten aan eiseres. De rechtbank overweegt dat deze procedure zich bij uitstek leent om zelf te voorzien en te bepalen dat verweerder aan eiseres een verblijfsvergunning moet verlenen in verband met haar seksuele geaardheid. De rechtbank is daartoe ook bevoegd gelet op het Unierecht en de uitlegging hiervan door het Hof. De rechtbank ontleent de bevoegdheid om zelf te voorzien ook aan het nationale bestuursprocesrecht en is zelfs verplicht om zoveel mogelijk het geschil finaal te beslechten. De rechtbank ziet in deze procedure, juist om het geschil finaal te beslechten, echter af van het zelf voorzien. De ervaring van de rechtbank is namelijk dat het zelf voorzien door de rechtbank een zelfstandige aanleiding voor verweerder is om in hoger beroep te gaan. De rechtbank geeft verweerder ook reeds nu mee dat niet uitgesloten moet worden geacht dat de rechtbank in de nabije toekomst wel zal overgaan tot gebruikmaking van haar Unierechtelijke en nationaal-wettelijke bevoegdheid om geschillen finaal te gaan beslechten. De rechtbank is zéér bezorgd over ‘de werkvoorraad’ bij zowel verweerder als de rechtbank. Verweerder heeft publiekelijk te kennen gegeven dat hij vanaf 12 juni 2026 slechts grofweg een derde van zijn capaciteit zal inzetten voor de behandeling van aanvragen die voor die datum zijn ingediend en zich voornamelijk zal richten op asielaanvragen die worden beoordeeld met het toetsingskader zoals dat uit het Asiel- en migratiepact volgt. Tegelijkertijd heeft te gelden dat de enige mogelijkheid die vreemdelingen hebben om besluitvorming af te dwingen, te weten het indienen van een zogenoemd ‘beroep niet tijdig’, niet effectief is en niet daadwerkelijk tot besluitvorming leidt. De rechtbank acht het zinnig dat verweerder reeds nu nagaat of een aanpassing van zijn proceshouding kan bijdragen aan het voorkomen van nog langere procedures. Indien verweerder eerder zou berusten in één rechterlijke controle van zijn besluit en bereid zou zijn om minder door te procederen in die zaken waarin de besluitvorming niet binnen wettelijke termijnen heeft plaatsgevonden en waarin geen fundamentele rechtsvragen aan de orde zijn, betekent dit niet alleen dat sneller een einde komt aan de onzekerheid voor de vreemdeling, maar tevens dat de schaarse capaciteit bij verweerder en bij de rechtbank efficiënt worden ingezet.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
