ECLI:NL:RBDHA:2026:2165
Rechtbank Den Haag · 22-01-2026 · zaaknummer AWB 25/4010
Inhoudsindicatie
Eiser is afkomstig uit Kaapverdië. Vanaf zijn negende tot zijn zestiende woonde hij in Nederland bij zijn vader, zijn moeder woonde nog in Kaapverdië. Eiser had een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Op zijn zestiende is eiser door zijn vader verplicht om mee terug te gaan naar Kaapverdië. Daardoor is eiser tegen zijn uitdrukkelijke wens in langer dan een jaar niet in Nederland geweest. Om die reden heeft verweerder eisers verblijfsvergunning ingetrokken. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar verweerder heeft dit bezwaar ongegrond verklaard. Eiser is het niet eens met dit besluit van verweerder. Daarom heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank. Eiser vindt dat verweerder eisers verblijfsvergunning vanwege eisers uitzonderlijke omstandigheden niet had mogen intrekken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
