ECLI:NL:RBDHA:2026:21052
Rechtbank Den Haag · 24-07-2026 · zaaknummer NL26.39894, NL26.39865, NL26.39898 en NL26.39885
Inhoudsindicatie
Kennisgeving artikel 59, tweede lid, van de Vw. De rechtbank is van oordeel dat uit de vertrekgesprekken die zijn gevoerd met eisers niet volgt dat zij weigeren om mee te werken aan de uitzetting naar Bulgarije. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling dat eisers klaar waren voor hun vertrek op 23 juni 2026 en dat zij alle spullen hadden ingepakt. Daarnaast verklaart de dochter dat zij zich zorgen maken over de gezondheid van hun moeder en dat zij daarom willen dat er waarborgen zijn bij de vlucht naar Bulgarije. De rechtbank is van oordeel dat hieruit niet valt af te leiden dat daarmee sprake is van een weigering van vertrek of anderszins een bewuste frustratie van de overdracht. Beroepen gegrond
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
