ECLI:NL:RBDHA:2026:18657
Rechtbank Den Haag · 30-06-2026 · zaaknummer NL26.34983
Inhoudsindicatie
Maatregel van bewaring artikel 59, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000. Arrest Aroja. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser voorafgaand aan deze inbewaringstelling de maximale termijn van zes maanden in bewaring heeft gezeten op grond van hetzelfde terugkeerbesluit. De maatregel van bewaring is ook een verlengingsbesluit. Op grond van vaste rechtspraak geldt voor een verlengingsbesluit, net zoals bij een eerste maatregel van bewaring, dat eiser in de gelegenheid moet worden gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken. Uit het dossier blijkt niet dat de minister eiser kenbaar heeft gemaakt dat hij voornemens is om de duur van de bewaring met twaalf maanden te verlengen en is eiser er niet expliciet op gewezen dat hij daarover zijn zienswijze kan geven. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze over de verlenging kenbaar te maken en dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld. De maatregel is ten onrechte is verlengd en dient te worden opgeheven. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
