ECLI:NL:RBDHA:2026:1822
Rechtbank Den Haag · 04-02-2026 · zaaknummer NL25.24333
Inhoudsindicatie
Asiel gegrond. Naar het oordeel van de rechtbank ligt in deze overweging geen rechtsoordeel besloten waaruit volgt dat eiser in het eventuele verdere verloop van zijn procedure niet meer gehoord hoeft te worden. In de geciteerde rechtsoverweging wordt slechts geoordeeld dat er onvoldoende aanleiding is voor het oordeel dat het aanmeldgehoor opnieuw moet worden afgenomen. De minister mag dit gehoor dus gebruiken, maar dat ontslaat hem er naar het oordeel van de rechtbank niet van om verdere procedurele waarborgen te handhaven. De rechtbank acht daarbij ook relevant dat de rechtbank/zittingsplaats Den Haag in haar uitspraak expliciet noemt dat zij tot dit oordeel komt, omdat de minister de beide asielmotieven van eiser geloofwaardig heeft geacht. In zoverre in rechte vaststaat dat er geen nieuw gehoor hoeft plaats te vinden, ziet dit dus op het aanmeldgehoor in relatie tot de geloofwaardigheidstoets. Daarmee heeft de rechtbank/zittingsplaats Den Haag zich dus niet uitgelaten over een eventueel nader gehoor of over eisers verklaringen in het kader van zijn vrees bij terugkeer. De rechtbank is van oordeel dat nu de aanvraag van eiser in spoor vier is behandeld, de minister rekenschap had moeten geven aan de daarbij horende procedurele waarborgen en dus gehouden was om eiser een medisch advies en een nader gehoor aan te bieden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
