ECLI:NL:RBDHA:2026:168
Rechtbank Den Haag · 07-01-2026 · zaaknummer NL25.29366
Inhoudsindicatie
Deze zaak gaat over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op haar mvv-aanvraag in het kader van gezinshereniging asiel op grond van artikel 8 van het EVRM. Partijen zijn het erover eens dat de ingebrekestelling op een onjuiste manier is ingediend, maar de rechtbank concludeert dat de ontvangsbevestiging die verweerder heeft gestuurd onvoldoende duidelijk is. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de ingebrekestelling ongeldig is. De rechtbank gaat verder in op de nader op te leggen beslistermijn en op de vraag of de ontwikkelde jurisprudentie hierover bij mvv-nareiszaken ook relevant is voor mvv-zaken in het kader van gezinshereniging asiel op grond van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank ziet aanleiding om bij deze zaken dezelfde uitgangspunten te hanteren. Het beroep is gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
