ECLI:NL:RBDHA:2026:12931
Rechtbank Den Haag · 24-03-2026 · zaaknummer NL24.38962 en NL24.38965
Inhoudsindicatie
Eiser komt uit Turkije en wil in Nederland werken als zelfstandige op grond van het tussen Turkije en de Europese Unie bestaande associatierecht. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van eisers aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid als zelfstandige’. Eiser is het niet eens met deze afwijzing en heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij voert daarbij een aantal argumenten aan (de beroepsgronden). Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van eisers aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder eisers aanvraag heeft kunnen afwijzen. Verweerder heeft kunnen concluderen dat eiser niet tijdig de vereiste stukken heeft overgelegd, waaronder het ondernemingsplan. Ook heeft verweerder eiser niet hoeven horen in bezwaar. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Asiel en Migratie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Asiel en Migratie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
