ECLI:NL:RBDHA:2026:10984
Rechtbank Den Haag · 07-05-2026 · zaaknummer NL25.36335
Inhoudsindicatie
Visum kort verblijf. Beroep ongegrond. De minister heeft niet zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld en deugdelijk gemotiveerd dat er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om Nederland vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum te verlaten. Ook is niet aangetoond dat eiseres aan het middelenvereiste voldoet. Wel is de rechtbank van oordeel dat de minister zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres het doel en de omstandigheden van haar verblijf niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister kan niet stellen dat de motivering voor de ene afwijzingsgrond voortvloeit uit de andere, maar moet voor elke afwijzingsgrond een zelfstandige motivering geven. De rechtbank ziet aanleiding om dit gebrek te passeren omdat eiseres niet door dit gebrek is benadeeld. De minister mocht haar aanvraag namelijk afwijzen op de grond dat er redelijke twijfel bestaat over haar tijdige terugkeer
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Buitenlandse Zaken
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
